THEATERTEKSTEN

Auteursbond-theaterteksten
is een project van de
Auteursbond, de
beroepsorganisatie
van (toneel)schrijvers en
vertalers in Nederland.

privacy verklaring

Lucifer, naar Vondel
door Ruud Wessels - 1997
PDF   AUTEUR
TEKSTEN VAN DEZE AUTEUR

Trefwoorden: klassiek, Nederlands, drama, engelen, zondeval, locatietheater, Burcht, koor
Thema: val van de engel
Genre: Drama/toneelspel, Tragedie

Beschrijving:
Het klassieke verhaal van Lucifer, de stadhouder van God. De engelen dreigen van hun positie te worden gestoten door de nieuwkomer, de mens. Opstandige engelen vragen de trotse Lucifer om hun opstand te leiden. Het leidt uiteindelijk tot zijn val in de hel, en Lucifer wordt de duivel die Eva verleidt om de appel te eten. Geschreven door Joost van den Vondel in de 17e eeuw, tegen de achtergrond van opstanden tegen de traditionele vorstenhuizen en nieuwe natievorming. Lucifer is dan ook een zeer politiek verhaal, met coalitievorming, machtsspelletjes en manipulatie van de massa. Het koor speelt een belangrijke rol. In 1997 maakte Ruud Wessels deze bewerking voor theatergroep Het Arsenaal, voor een locatievoorstelling op de Burcht in Leiden. Hij hertaalde de tekst naar modern Nederlands en liet hier en daar authentieke stukjes Vondeltekst staan. Lucifer werd gespeeld door een actrice (engelen zijn per slot onzijdig) en een eigen(zinnig) slot met Adam en Eva werd toegevoegd.

Fragment:
APOLLION 
Ik werd opgehouden. Heer Belzebub, ik ben daar beneden gaan kijken en ik bied u nu de vruchten van dat land aan.

BELZEBUB 
Ruikt Hmm. Zonde om daar met je vingers aan te zitten. Het water zou je in de mond lopen. Dat is toch veel lekkerder dan wat wij hier krijgen?

APOLLION 
Volgens mij ook, heer Belzebub. Die Hof van Eden, die is mooier dan onze hemel hier.

BELZEBUB 
Wat heb je daar gezien?

APOLLION 
In ‘t midden staat een heuvel, met daarop drie gigantische bomen met een vracht aan gebladerte en allerlei vruchten; de grond is heel erg vruchtbaar, omdat er water uit een onderaardse beek omhoog komt en overal slib achterlaat. En een lucht hebben ze daar...

BELZEBUB 
Wat is dat dan voor lucht?

APOLLION 
Ik wou dat wij allemaal zo uit onze mond roken. Bloemen, kruiden, alles geurt daar even fris. ‘s Nachts worden die gewassen  weer vers door de dauw. De zon schijnt precies hard genoeg; in elk seizoen groeit er wel wat.

BELZEBUB 
En daar zijn toch mensen, hoe zien die er dan uit?

APOLLION 
Ik ben hier nog nooit zoiets prachtigs tegengekomen. Bij die twee daar zijn lichaam en ziel ineen gevlochten. Dat lijf is heel mooi, maar het mooi¬ste is dat je de ziel in het gezicht kunt zien. Al die redeloze beesten hangen met hun kop naar de grond, maar Adam heft als enige trots zijn hoofd naar zijn veelgeprezen schepper.

BELZEBUB 
Hij prijst hem niet voor niets als ik dat zo hoor.

APOLLION 
Die ziel bestaat dus uit geest, niet uit stof. Onbegrijpelijk. En daar zit dan voorzichtigheid in, en kennis, en deugd, en vrije wil. Voor je ‘t weet krioelt de wijde wereld van de mensen. Uit een klein beetje zaad kan namelijk een rijke oogst aan zielen komen. Met dat doel heeft God naast die man ook een mannin geschapen.

BELZEBUB 
Een mannin? O, dus dat is die ‘rib’ waar ze ‘t over hadden! Wat vond je daarvan?

APOLLION 
Ik moest mijn vleugel voor mijn gezicht houden om mezelf een bee¬tje in bedwang te kunnen houden toen Adam haar achter een boom vandaan leidde. Af en toe keek hij naar haar, en dan zwol er iets in hem, hij begon haar te kussen...

BELZEBUB 
Kussen?

APOLLION 
Ja, kussen. En dan begon het feest, met een passie, ik kan daar beter niet over uitweiden, u kunt misschien raden...
Nee, dat kennen wij engelen niet. Saai, die ‘eenheid’. Wij zijn misdeeld. We kunnen niet trouwen.

BELZEBUB 
Dus dat fokt daar maar door?

APOLLION 
Nou, zij hebben een zeker gevoel voor schoonheid gekregen, en dat bindt ze aan elkaar. Hun leven is beminnen. Het houdt nooit op.

BELZEBUB 
Schilder me die bruid eens, natuurgetrouw.

APOLLION 
Dan zou ik de penselen van moeder natuur moeten hebben: zonnestralen. Ze zijn allebei heerlijk om naar te kijken. Adam spant de kroon, hij is kloek, het is gewoon een majesteitelijk wezen, je ziet aan hem dat hij uitgekozen is om de aarde te regeren. Maar Eva die is teder, die heeft een zacht velletje, die kijkt zo lief en lacht zo aardig. Haar stem klinkt fijner. Ze heeft ook twee bronnen van ebbenhout; en iets waar ik beter mijn mond over kan houden, voor¬dat hier gees¬ten in verleiding komen. Als je na zo’n maagd weer naar een engel kijkt: het is gewoon een gedrocht.

BELZEBUB 
Het lijkt wel of je smoorverliefd bent op dat wijfje.


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
login