THEATERTEKSTEN

Auteursbond-theaterteksten
is een project van de
Auteursbond, de
beroepsorganisatie
van (toneel)schrijvers en
vertalers in Nederland.

privacy verklaring

Storm, naar Shakespeare
door Ruud Wessels - 2001
PDF   AUTEUR
TEKSTEN VAN DEZE AUTEUR

Trefwoorden: klassieker eiland luchtgeest wraak bewerking jeugd Tempest
Thema: wraak en magie
Genre: Drama/toneelspel, Komedie/blijspel

Beschrijving:
Moderne bewerking van Shakespeare's The Tempest. Hertog Prospero van Milaan wordt met een list door zijn broer Antonio verdreven en met zijn dochter Miranda op een vlot gezet. Hij spoelt aan op een eiland, waar hij met behulp van de magie, die hij zich meester maakt uit boeken, de oorspronkelijke bewoner Caliban onderwerpt, evenals luchtgeest Ariel. Als Antonio samen met koning van Napels Alonso (die hem had gesteund in zijn coup tegen Prospero), diens broer Sebastiaan en zoon Ferdinand met een schip onderweg zijn naar Noord-Afrika komt het schip langs Prospero's eiland. Prospero laat het in een storm 'vergaan' en de opvarenden aanspoelen op zijn eiland. Daarna neemt hij op verschillende wijzen wraak. Er bloeit intussen ook iets moois op tussen Ferdinand en Miranda en Caliban vindt in de drinkebroers Stefano en Trinculo twee bondgenoten in zijn verzet tegen Prospero. Met name in het magische einde is veel gesneden en gestroomlijnd.

Fragment:
Scène 2 (I, 2)

Miranda, Prospero
MIRANDA  Heb jij dat gedaan, vader?
PROSPERO  Hmmm.
MIRANDA  Het maakte me bang. Het was mooi, maar toen dat grote schip zo heen en weer werd geslingerd, en die afschuwelijke kreten die ervandaan kwamen! Ik was bang, ik vond het zielig voor al die wezens op dat schip!
PROSPERO  Zeg maar tegen dat bloedende hartje van je dat ze allemaal ongedeerd zijn.
MIRANDA  Echt waar?
PROSPERO  Ik heb het allemaal voor jou gedaan, liefje. Rommelt op achtergrond
MIRANDA  Je doet altijd alles voor mij, hè.
Mijn vader houdt van mij. Hij heeft me alles geleerd wat ik weet. Alles over het eiland, wat er leeft, hoe alles bezield is. Ik weet natuurlijk niet alles. In mijn vaders boeken staat nog heel veel dat ik niet weet, als ik dat allemaal zou weten zou ik net zo knap zijn als mijn vader, dan zou ik zelf zo’n storm kunnen maken, en ik zou ‘m ook weer kunnen laten bedaren. Mijn vader zit heel vaak met zijn neus in die boeken. Hij is geleerd. Waar ben je ook weer hertog van, pa?
PROSPERO  Milaan.

MIRANDA  Hij is ook hertog van Milaan. Ik weet niet wat dat is, een hertog. Ik weet ook niet wie of wat Milaan is. Dat komt, we hebben niet altijd op dit eiland geleefd. Op een dag heeft mijn vader me verteld dat we hier twaalf jaar geleden zijn aangespoeld, op een gammel vlot, met niets anders dan onszelf en onze kleren en wat eten en papa zijn boeken natuurlijk. Die had een vriendelijke man uit Napels ons meegegeven en die man heette Gonzalo. Hoe heette die slechte oom ook weer, pa, die ons had weggejaagd?
PROSPERO  Antonio. Met wie ben je aan ‘t praten, liefje?
MIRANDA  Met de stofjes in de lucht. Dat kwam zo, mijn vader was dus hertog, maar hij was liever met die boeken in de weer, en hij liet het gewone hertog-zijn over aan zijn broer, Antonio dus. Maar op zeker moment wilde oom Antonio echt hertog zijn, en hij had intussen allemaal vriendjes benoemd overal, en mensen omgekocht en zo, en toen heeft hij samengespannen met de koning van Napels, dat was een vijand van mijn vader, en toen samen met de koning van Napels hebben ze ons toen uit Milaan verdreven. Want ze durfden ons niet te vermoorden, omdat de mensen veel van mijn vader hielden. En dat snap ik wel, want mijn vader is ook ontzettend lief.
PROSPERO  Waar is dat boek verdomme nou weer? O hier, hèhè. Zo. Miranda, kom eens hier. Kom eens bij me zitten. Dat verhaal wat je daar vertelt is nog niet af. Ga zitten, dan vertel ik je het vervolg.
MIRANDA  Heeft dat met die storm te maken?
PROSPERO  Ja. Een merkwaardig toeval bracht de schepen van mijn vijanden vlak in de buurt van dit eiland, en in mijn macht. En ik wist dat de sterren nu uiterst gunstig staan voor mij, ik moest er nu gebruik van maken, anders keert het lot zich juist tegen me. De koning van Napels, en mijn broer Antonio, zaten op dat grote schip, en nu, als alles goed is gegaan, nu zijn ze aan land gespoeld. Op ons eiland. Geen vragen meer nu, je krijgt slaap, je ogen worden zwaar, geef er maar aan toe, je hebt geen keus.


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
login