THEATERTEKSTEN

Auteursbond-theaterteksten
is een project van de
Auteursbond, de
beroepsorganisatie
van (toneel)schrijvers en
vertalers in Nederland.

privacy verklaring

1600 Slag bij Nieuwpoort (De Vaderlandse Oorlog deel 1 )
door Erik Snel - 2015
  AUTEUR
TEKSTEN VAN DEZE AUTEUR

Trefwoorden: Framing, leerling-meester, 80-jarige oorlog, Maurits, van Oldenbarnevelt, Slag bij Nieuwpoort, 1600
Thema: Over de opkomst en ondergang van het wonderteam Maurits en Oldenbarnevelt.
Genre: Drama/toneelspel

Beschrijving:
1600 Slag bij Nieuwpoort is een nieuw stuk over een spannende passage in de Nederlandse geschiedenis. Het stuk is episch en geschreven in blanke verzen om een licht Shakespeareaans effect te sorteren. De toon is licht de inhoud is complex maar toegankelijk. De historicus/dichter Gerard Both (een fictief personage, dat gemodelleerd is naar P.C.Hooft) leidt de toeschouwer door de scènes. 

1600 Slag bij Nieuwpoort gaat over het aanvalsplan dat de Staten-Generaal onder leiding van Landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt door legerleider Maurits wil laten uitvoeren. De kapers voor de kust van Nieuwpoort en Oostende moeten worden weggevaagd. Maurits vertrekt met frisse tegenzin en een enorme vloot. Alles zit tegen, om te beginnen de wind. De tocht moet over land worden voortgezet waardoor de Spanjaarden de tijd hebben om de Nederlanders op te vangen. Er moet een slag worden gevoerd in het open veld, iets wat Maurits niet graag doet. Ternauwernood verslaat hij met een tactische zet de Spanjaarden. Veel soldaten zijn gesneuveld en er is niets bereikt. De kapers plunderen nog steeds de handelsschepen van de Nederlanders. Als Oldenbarnevelt Maurits vertelt dat hij nogmaals de aanval in moet zetten ontstaat er een handgemeen. De eerste grote scheur in de samenwerking. Desalniettemin besluit Oldenbarnevelt om de slag als een overwinning te 'framen'. Met de buitgemaakte vaandels maken ze een triomftocht naar Den Haag waar het volk uitzinnig is. 

Fragment:
Akte II: scène 7    De klap


 (Johan bezoekt met Jan Maurits in zijn tent. Maurits trekt zich met zijn leger terug.)
 
Soldaat 2-   Excellentie, heer Oldenbarnevelt.
 
Johan-        (terwijl hij doorloopt) Ik weet de weg. Maurits.
 
Maurits-                                        Johan, jij hier.
 
Johan-        Waarom trekken we ons terug?
 
Maurits-                                        Iets drinken, 
                  Johan?
 
Johan-                Nú is men nog bang voor ons. 
 
Maurits-                                                 Wijn?
 
Johan-        Ik weet dat de rantsoenen door ‘t weer 
                  bedorven zijn en daarom moeten we 
                  snel handelen. 
 
Maurits-     (langzaam kokend van woede) Geen wijn? Iets anders dan?
 
Johan-        Wij zijn in overtal. Zij zitten klem.
                  De vijand is al haast verslagen. 
 
Maurits-     (bedwingt zich met moeite)
Mijn beste – ‘vriend’ - Johan. De burgers 
zetten de omgeving onder water. 
                  Het is al veel te drassig voor de mannen,
                  dus hoe, in godsnaam, krijgen wij kanonnen
                  op die plek. Vriend, erken, het is voorbij.
Het Spaanse leger wordt van alle kanten 
aangevuld. Zij zíjn niet meer in ondertal.
Wij vechten ons kapot op stellingen 
                  die zij met groot gemak verdedigen. 
 
Johan-        Nu moet jij het talent dat God je gaf 
                  gebruiken.
 
Maurits-                       Hoor jij wel wat ik zeg?
 
Johan-                                                    Ja,
Maurits, laat zien dat je een véldheer bent. 
 
Maurits-     Twijfel je daaraan?
 
Johan-                                  Een analyse, 
                  dat is één, de durf om aan te vallen,
                  dat is twee!
 
Maurits-                       Dus?
 
Johan-                                  Met voldoende middelen 
                  kan iedereen wel om een stad gaan liggen. 
                  Je moet wel weten wanneer toe te slaan. 
                  Ik betwist je lef niet, maar …
 
Maurits-                                        Oh nee?       
 
Johan-                                                    Nee,
                  natuurlijk niet.
 
Maurits-                       Jij betwist mijn lef niet? 
 
Johan-        Nee, Maurits.
 
Maurits-     Ik zag de dood van dichtbij in de ogen .
                  Ik had me bijna met dat lot verzoend, 
toen onze lieve Heer mij tegenhield. 
Vandaag heb ik twee bataljons verloren. 
Wel honderd mannen, zoals jij en ik. 
En waarvoor? Geen krasje op het pantser
van de vijand! Ik speel geen derde keer 
met land en leger aan jouw dobbeltafel. 
                  God houdt niet van gokken. En ik zeg je
                  niet alleen de legers, de soldaten, 
                  ook de republiek staat op het spel. Als
                  wij hier verliezen hebben wij geen leger
                  meer.
 
Johan-                Wij komen niet om te verliezen!
 
Maurits-     Het risico is onverantwoord groot.
 
Johan-        Moet ik je dan tot daden dwingen, Maurits?
 
Maurits-     Tart mij niet en ga je centen tellen!
 
Johan-        Ik betaal niet voor een laffe aftocht!
 
Maurits-     Ik laat me niet betalen voor mijn val.
 
Johan-        Laat je toch niet leiden door je angsten!
De slag betekent niets als jij niet doordrukt. 
De kapers komen achter onze rug 
om alweer t’rug. Het is zo zonde als 
wij dat zomaar gebeuren laten.
 
Maurits-     (wijst omhoog) Drijf Hem niet tot het uiterste!
 
Johan-        (wijst ook omhoog) Hij is met jou, man, zie je dat dan niet?
                           
Maurits-     Jouw koppig ongeduld drijft mijn soldaten
                  naar de ondergang! Jij bent op dit moment 
de meest gehate man in ‘t legerkamp. 
 
Johan-        Wees jij dan hun geliefde generaal.
                  Neem als hun leider deze angst weg, Maurits.
Dat is jouw taak! Dat kun jij als de beste. 
Welaan!Kom nu, en buit je voordeel uit 
                  voor het te laat is. De sterren staan er 
                  goed voor. 
 
Maurits-              Ik vecht niet op de sterren!
 
Johan-                                                    Jongen,
                  Het geluk is met jou.
 
Maurits-                               Dat was toen, vriend.
Geluk         is wispelturig als een vrouw.
 
Johan-        Jij kan het weten.
 
Maurits-                               Wat bedoel je daar 
nou mee?
 
Johan-        (kijken elkaar aan)Kan ik onze Staten Generaal
op de hoogte brengen van het goede nieuws?
De strijd gaat door? 
 
Maurits-                               ‘Jij kan het weten’? Johan?
                  Wil je mij iets zeggen?
 
Johan-                                           Nou ja, Maurits,
                  het lijkt me geen geheim dat jij inmiddels 
meer van vrouwen dan van oorlog weet. 
 
 (Maurits geeft Johan een klap in het gezicht. Beiden schrikken, ongemakkelijke stilte).
 
Johan-        Nee, jij moet je nu niet excuseren.(ongemakkelijke stilte)
                  ’t is goed. Ik leg me bij jouw oordeel neer.
                  Dit blijft onder ons. (tegen Jan)We gaan. (loopt weg)
 
Maurits-                                                          Johan...
 
Johan-                                                                               Nee,
We komen er wel uit. 
 


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
login