THEATERTEKSTEN

Auteursbond-theaterteksten
is een project van de
Auteursbond, de
beroepsorganisatie
van (toneel)schrijvers en
vertalers in Nederland.

privacy verklaring

Vaders en eieren
door Heleen Verburg - 1996
PDF   AUTEUR
TEKSTEN VAN DEZE AUTEUR

Trefwoorden: liefde en verliefdheid, ouders, opvoeden, geboorte, miskraam, alle leeftijden
Thema: Ouders, opvoeden en geboren worden
Genre: Jeugdtheater

Synopsis:
'Vaders en eieren' is een humoristische en poëtische eenakter. Een bedrieglijk simpel verhaaltje (een man en een vrouw worden verliefd en krijgen een ei) is de basis voor een stuk met een filosofisch thema’s als 'waar ben je voor je geboren wordt' en 'ben je voorbestemd om bepaalde ouders te hebben'. Een stuk vol onverwachte wendingen voor zowel kinderen als volwassenen.

Samenvatting:
Een man en een vrouw (beiden met verdacht veel eigenschappen van een pinguin) ontmoeten elkaar voor het eerst. Ze zijn allebei ver van huis en in een mum van tijd bekent de man zijn liefde voor de vrouw. Wilt u kinderen, vraagt hij meteen. O, jawel hoor, en u? antwoordt de vrouw. Ze paren, de vrouw legt een ei en dan begint het grote wachten tot het ei uitkomt. Ondertussen heeft zich een kinderstem aangekondigt die staat te popelen om geboren te worden:Ik wist het wel, ik wist het gaat gebeuren, ik ga geboren worden. Het stuk volgt de stem op zijn/haar reis naar de geboorte. Inmiddels staan de man en de vrouw voor allerhande praktische problemen. Er moeten spullen gekocht worden (vrouw: Op zee had ik nooit spullen) en er moet overeenstemming bereikt worden over bijvoorbeeld de keuze van de creche en het soort vriendjes voor het toekomstige kleintje.Na lang wachten legt de vrouw een ei. Beiden zijn dolgelukkig totdat ruzie ontstaat over wie het ei uit mag broeden. (man:In onze familie broeden enkel mannen.) Als het ei tijdens de ruzie bijna breekt besluiten ze hun leven te beteren. De man broedt het ei uit en de vrouw vertrekt naar zee om vis voor het kleintje te vangen. Als ze terugkomt is het ei nog steeds niet uitgekomen. Ze voelt intuitief dat dat ook niet gaat gebeuren, is zeer verdrietig maar besluit man en ei achter te laten. Als u wilt kunnen we het volgend jaar weer proberen,zegt ze. De man is nog niet in staat om gedag te zeggen en praat een beetje met het ei. Ik dacht even dat ik hier zou komen, zegt de stem. De man en de stem nemen afscheid. De man huilt en vertrekt. Het ei blijft alleen achter.

Fragment:
PERSONAGES:
EEN MAN

EEN VROUW (zowel de man als de vrouw hebben verdacht veeleigenschappen van een keizerspinguin)
?(Een personage dat niet in een woord te vangen is, vandaar het oneindigheidssymbool. De theatrale verbeelding is een (kinder)stem op de band, eventueel ondersteund door een geluidsdecor. Deze band wordt bij voorkeur afgespeeld op een gewonedraagbare cassetterecorder die de man en de vrouwmeebrengen als ze in de klas komen. De cassetterecorder wordttijdens de voorstelling ook door henzelf bediend.)
N.B. In dit stuk refereren de personages aan de Waddeneilanden, de Waddenzee en Groningen. Deze locaties kunnen, indien gewenst, vervangen worden door locaties die verband houden met de plaats van opvoering.

De vrouw komt de klas binnen. Ze heeft natte haren. De man komt een tijdje later binnen.
Ook hij heeft natte haren. De vrouw loopt een rondje door de klas. De man volgt op veilige
afstand. Af en toe staan ze stil en kijken elkaar aan. Dan gaat de vrouw de klas weer uit. De
man volgt.

Wind.

? :Pssst
Luister
Luister naar me
Wees stil
Doe je ogen dicht
En luister naar me
Ik spreek.
Ik ben waar iedereen vandaan komt
Vroeger
Voor het leven.
Iedereen was ooit iets anders ergens
Zo ben ik
Ik ben nog niet geboren.

Klein ben ik
Zo klein dat je me niet kunt zien
Ik heb nog niets
Geen oren, mond
Geen ogen
Maar ik heb alles al
Wat er te hebben valt
Kijk kijk ik ben nog niets
En toch ben ik een raadseltje
Noem mij wat je noemen wilt
Een zucht
Een ziel
Een zaadje
Ik wandel door de wolken
Zwem door zeeën
Kruip door alle gangen van de aarde
Ik schiet naar elke hoek van het heelal in een seconde
Ik ben heel erg snel
Voel me waar je voelen wilt
In je hart, je hoofd, je handen
Ik ben niet uit te leggen
Ik besta


De vrouw komt weer binnen. Ze zingt een lied:

Op het land ben ik geboren
Op het land moest ik vergaan
Maar diep in mijn oren
Klonk steeds de oceaan
En de roep van de branding
Kom met me mee!
Laat de duivel me halen
Ik ga naar zee

Dus troost mijn geliefden
Hun verdriet zal vergaan
Ik zeg ze vaarwel
Met een kus van de maan
Niemand kent me
Vrienden tabé
Laat de duivel me halen
Ik ga naar zee

De man komt tijdens het lied ook weer binnen.

man:U bent ver van huis.
vrouw:Heel ver.
man:Stopt u nooit?
vrouw:Ik ben een vrouw alleen meneer. Waarom zou ik stoppen?
man:U kunt erg goed zwemmen.
vrouw:Mijn hele familie kon goed zwemmen.
Maar niet zo goed als ik. Ik ben begonnen op de Zuidpool.
man:Dat weet ik.
vrouw:Vanaf daar alleen noordwaarts. Steeds verder noord¬waarts. Dwars door de Atlantische Oce¬aan. Natuur¬lijk wel wat eilandjes aangedaan onder¬weg. Zuid-Geor¬gië, Tristan da Cunha, St. Helena, de Kaapverdi¬sche eilan¬den. En nu uiteindelijk de Waddenei¬landen. Ik heb weleens gedacht, wat zullen mijn ouders ervan denken. Dat ik ben zoals ik ben, bedoel ik. Zo avontuur¬lijk inge¬steld. Maar als ik eerlijk ben, dan denk ik dat het ze niet zoveel kan sche¬len. Ten¬slot¬te kregen ze na mij nog veer¬tien kinderen. Moet u nagaan. Ieder jaar een kind. En allemaal het¬zelf¬de. Die kinde¬ren. Allemaal precies als ik. Nou, niet zo avon¬tuur¬lijk dan. Maar aan de buiten¬kant, uiter¬lijk, alle¬maal het¬zelfde. Alsof wij niet gescha¬pen zijn om uniek te zijn. We moeten ons ont¬worste¬len, meneer. Kijk naar mij. Ik heb mij ont¬worsteld aan de gewone gang van zaken. Ik zag een ijsschots en ik rook de zee. Dus ik nam een aanloop en ik ben de diepte ingedoken. Weg van alle ande¬ren. Weg van de grote massa.
Hebt u familie?
man:Nee, integendeel.
Ik ben een man alleen, mevrouw.
Altijd geweest ook.
Ik was enig kind.
Altijd alleen thuis. Alleen naar de crèche. Alleen naar bed.
Moeder ging dood toen ik tien was.
Ziek. Ze had te weinig vet.
Vader keek het nog een maand of wat aan en toen moest ik bij hem komen.
Jongen, zei hij, je vleugels zijn volgroeid. Je veren zijn nog mooier dan de mijne. Kom op. Trek de wijde wereld in. Ga achter de vrouwen aan. Mijn taak zit erop. Het is mooi geweest.
Ik ga vis¬sen.
Toen draaide hij zich om en wandelde weg over de ijsvlakte.
Ik heb hem nooit meer teruggezien.
Heel zielig allemaal.
vrouw:Hij ging zomaar vissen?
man:Ja.
vrouw:En hij stuurde u weg?
man: Ja.
vrouw:Ik vind weggestuurd worden zieliger dan weglo¬pen.
man:Maar het gaat er toch niet om wat het zieligste is?
vrouw:Nee, het gaat erom dat je niet met je laat sollen.
man:Weglopen vlak voordat je weggestuurd wordt, dat is het beste.
vrouw:Het is altijd weer een verrassing waar je bent als je bovenkomt, vindt u niet? Al blijf ik persoonlijk liever onder water. Onder water lijkt de wereld rustiger. Daar ben ik helemaal mezelf. Belle¬tjes, bubbeltjes, een beetje dollen met de zee¬honden. Heer¬lijk. Ik snap eigen¬lijk zelf niet waarom ik aan land kom. Ik wil eigen¬lijk hele¬maal niet aan land.
Het zal mijn instinct wel zijn.
Hoe vindt u Groningen?
man:Groen.
vrouw:Ja, er is veel gras.
man:Veel gras, weinig vis.
vrouw:Houdt u ook van vis?
man: Houd ik van vis?
Natuurlijk houd ik van vis.
Ik eet niets anders.
vrouw: Dat vind ik ook. Er gaat niets boven een verse vis.
man:Je kunt ze ook bakken.
vrouw:Bakt u de vis dan?
man:Ik zou het niet durven.
vrouw: Ik dacht al, gebakken vis, dat lijkt me niets voor u.

man:Gebakken vis? Ik moet er niet aan denken.
vrouw:Rauwe vis. Rauwe vis is goed voor de vetvoorziening.
man:Geen flauwekul met sausjes.
Gewoon laten zakken zo die zwemt.
vrouw: U bent een man naar mijn hart meneer.
man:Ik kan wel huilen van geluk.
Eens kom je toch de juiste vrouw tegen. Je weet nooit op welk moment, maar als het gebeurt, moet je voorbereid zijn.
Ik wil heel graag iets tegen u zeggen.
vrouw: Ach wat leuk.
man:Ik heb u zo eens een tijdje achterna gezwommen en ik denk dat ik het zeker weet.
vrouw: Misschien moeten we het onderwerp even laten rusten.
man: Ik zeg het liever nu.
vrouw:Ik luister.
man:Ik denk dat ik van u hou.

vrouw: U loopt wel erg hard van stapel.
man:Alleen is ook maar alleen.
Mevrouw, wilt u mijn vrouw worden?


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
login