THEATERTEKSTEN

Auteursbond-theaterteksten
is een project van de
Auteursbond, de
beroepsorganisatie
van (toneel)schrijvers en
vertalers in Nederland.

privacy verklaring

Coupure
door Heleen Verburg - 2002
PDF   AUTEUR
TEKSTEN VAN DEZE AUTEUR

Trefwoorden: watersnoodramp, overstroming, rouw, schuld, liefde op hoge leeftijd
Thema: Watersnoodramp 1953
Genre: Drama/toneelspel

Synopsis:
Een man en een vrouw. Zij is tijdens de ramp haar dochtertje verloren, hij heeft indertijd als verantwoordelijke “verkeerd” gehandeld, en daardoor is een heel dorp ondergelopen. 50 jaar na de ramp ontmoeten ze elkaar bij een allang opgeheven bushalte.

Samenvatting:
Een man en een vrouw (beiden hoogbejaard) ontmoeten elkaar bij een allang opgeheven bushalte. De vrouw draagt een jachtgeweer op haar rug. Ze is zeer gelovig en een toonbeeld van Zeeuwse standvastigheid. Ze praat voortdurend hardop met haar dochtertje dat er niet is. De man heeft een koffer bij zich en is onderweg maar het is niet duidelijk waarheen. De kennismaking verloopt nogal stroef . Ze zijn allebei een beetje in de war. De man heeft zich 50 jaar lang op een zolder schuilgehouden en komt vandaag voor het eerst naar buiten. De vrouw staat sinds de ramp elke dag bij de bushalte te wachten. Eens in de zoveel tijd komt er een jonge jongen langs op een brommer. Hij is de knecht van Bakker de Bruin bij wie de man al die tijd op zolder heeft gezeten. Via hem komen we te weten dat de man tijdens de ramp havenmeester was en verantwoordelijke voor het sluiten van een coupure (doorgang in de dijk). De man en de vrouw vinden elkaar in hun afkeer van die lamlendige jeugd die niets begrijpt van wat zij hebben meegemaakt. De vrouw vertelt de man over haar tienjarige dochtertje dat tijdens de ramp is verdronken en nooit meer is teruggevonden. Gaandeweg ontwikkelt zich een simpele liefde tussen de man en de vrouw. Ze besluiten samen te gaan. Maar als de vrouw haar oude trouwring niet afkrijgt, ziet ze dat als een teken van God dat het niet mag. Ze dwingt de man op zijn knieën zijn zonden te bekennen. Dan vertelt de man zijn verhaal waaruit blijkt dat door zijn handelen, of beter door zijn niet handelen een heel dorp is ondergelopen en dat hij vijftig jaar lang gekweld is geweest door schuldgevoel. De vrouw schiet de man dood en blijft alleen achter.

Fragment:
INLEIDING
Hoewel “Coupure” als toneelstuk volledig op zichzelf kan staan, is het voor de lezer misschien interessant iets te weten over de feiten waarop het is geïnspireerd.
Op 1 februari 1953 werd Nederland getroffen door een watersnoodramp. Het was de grootste natuurramp sinds eeuwen. Een zeer zware noordwester storm in combinatie met springvloed duwt in de nacht van 31 januari op 1 februari een enorme waterberg door de trechter van de Noordzee. De golven worden recht op de Zeeuwse kust gejaagd. Op vele plaatsen houden de (soms slecht onderhouden) dijken het niet. Een vloedgolf van 3 tot 4 meter hoog overvalt de bewoners in de zwaarst getroffen gebieden. Op andere plaatsen stijgt het water in de loop van de nacht met zo’n grote snelheid dat mensen ternauwernood een droog heenkomen kunnen vinden.
In de provincies Zeeland, West Brabant en het zuidelijk deel van Zuid Holland verdronken tijdens de ramp 1835 mensen en tienduizenden dieren, circa 100.000 mensen moesten evacueren, er werden 4500 gebouwen verwoest en tien keer zoveel beschadigd. Bijna 200.000 hectare grond kwam onder water te staan en pas negen maanden later kon het laatste dijkgat worden gesloten. De totale materiële schade bedroeg anderhalf miljard gulden.
PERSONEN
Een man
Een vrouw (de man en de vrouw zijn allebei hoogbejaard)
Een jongen

De vrouw staat bij de bushalte. Ze heeft een jachtgeweer op
haar rug.
De man komt eraan. Hij heeft een koffer bij zich.

vrouw:Het wil nog maar niet zomeren.
Nee, het wil nog maar niet zomeren.
Maar ja, het is ook nog geen herfst.
En in de regel begint het pas goed te zomeren als het bijna herfst is.
We moeten geduld hebben.

Stilte

Gisteren dacht ik even, nu wordt het herfst.
Ik zag een vogel vliegen.
Maar ja, dan ga je nadenken en dan denk je al gauw, dat beest is hartstikke gek.
Eind augustus, en dan al beginnen te vliegen. Wie weet wat voor moois er nog komt.
Het gras groeit nog.
De koeien staan nog buiten.
Nee, het is nog geen herfst.

Stilte

Aan de lucht te zien krijgen we vandaag nu en dan, hier en daar een bui.
Maar dat zegt niks.
Het blijft toch de vraag wanneer ze vallen.
Nu of dan
of hier of daar.
Nat worden we toch
vroeg of laat.

Stilte

Hij ligt er mooi bij hè, de dijk.
Ja, dat kunnen we wel.
Dijken bouwen.

Stilte

Die grijsheid is toch eigenlijk onverdraaglijk.
Zo’n wolkendek.
Dat drukt op een mens.
Zo’n depressie blijft hangen.
Gaat in je zitten.
Zakt in je botten.
U moet achteraan sluiten.

De man sluit niet achteraan.

vrouw:Ik ken u niet.
man:Dat hoeft ook niet.
vrouw:Ik vind dat ze hier wachthokjes neer moeten zetten.
Die wind is niet te harden.
Ik snap niet dat ze hier geen wachthokjes neerzetten.
Het is altijd hetzelfde met de autoriteit.
Zullen we nu een wachthokje neerzetten
of morgen of volgende week of volgend jaar?
Of eerst een nieuw hek voor de kerk?
En uiteindelijk gaat iemand er met het geld vandoor voordat er ook maar iets gebeurd is. En daar sta je dan.
Als brave burger.
In de wind.
man:Komt u hier staan.
Dan vang ik hem op.
vrouw:Ik ben hier gaan staan en hier blijf ik staan.
Standvastigheid noemen ze dat.
De mensen zijn te slap tegenwoordig.
Ze denken dat ze links of rechts
of rechtdoor, nee toch maar links,
even aan mijn moeder vragen,
even aan de dokter of het goed is.
Je moet kiezen.
Daar ga ik staan.
Dan ga je daar staan.
En dat is dat.
Ze hebben nooit door wat er gedaan moet worden.
En als ze het dan eindelijk wel door hebben, beloven ze dat ze het zullen doen en dan doen ze het nog niet.
Je hebt er niks aan.
man:Waar denkt u dat de bus vandaan gaat komen?
vrouw:Ik weet het niet.
man:Ik heb zo’n moeite met de herkenbaarheid.
Het is makkelijker als de dingen langzaam verdwijnen.
Maar als alles in één keer weg is, raakt een mens ontregeld.
Het is bijna niet meer te herkennen.
vrouw:Nee, herkent u het niet meer?
man:Als ze me hier zomaar neer zouden zetten zou ik verdwalen.
Is die weg...
vrouw:Ja, die is weg.
Het was een rotweg.
man:Dit is toch ook een rotweg.
vrouw:Ja, het zijn allemaal rotwegen.
Ze doen d’r niks an hè.
50 jaar geleden begonnen ze er al over.
Toen was er geen geld.
En nou is er geld, maar nou is er geen tijd.
Of er moet eerst een nieuwe klok in de toren.
Dat is ook belangrijk.
Ach meneer, er gebeurt nooit wat.
Er moet eerst iemand zijn nek breken over die gaten en dan gaan ze wat doen.

man:Ik zal het wel even aankaarten.
vrouw:Kunt u dat dan?
man:Nou, ik heb wel een positie gehad.
vrouw:O ja?
man:Ja, ik had nogal wat in de melk te brokkelen.
En toevallig kom ik door de stad.
Dus dan wip ik wel even langs op het gemeentehuis en dan zal ik het eens aansnijden. Ze zullen me nog wel kennen.
vrouw:Is het niet teveel moeite?
man:Die bus….

vrouw:Praat me er niet van.
De buschauffeurs zullen wel weer staken.
En alleen maar om de centen.
Alles gaat alleen nog maar om de centen.
Het kan ze niet schelen of wij hier staan.
Ach meneer, het interesseert ze niks.
Ze mogen blij zijn dat ze werk hebben.
Vroeger was er helemaal geen werk.
Je mocht blij zijn als je bij een boer terecht kon, en dan moest je je kop dichthouden als je te weinig verdiende want anders vloog je eruit.
Ze moesten die buschauffeurs eens harder aanpakken.
Maar dat zullen ze ook wel niet doen.
Nee, iedereen heeft het voor het zeggen en niemand doet iets.
Nee, ze staan erbij en ze kijken ernaar.
Bent u op de vlucht?
man:Waarom zou ik vluchten?
vrouw:Niks, ik dacht, die koffer.
man:Die koffer is voor noodgevallen.
vrouw:Dus u denkt toch dat u zal moeten vluchten?
man:Denkt u dat?
vrouw:Gaat u op reis?
man:Ja.
vrouw:Waarheen?
man:Zeg ik niet.
vrouw:Dat noem ik vluchten.
Waarom vlucht u?
man:Mijn hart.
vrouw:O.
man:Mijn hart houdt het niet meer.
vrouw:Het lijkt wel of er een stuk steen in zit.
Soms zit het daar. Soms zit het daar.
Een soort bewegend blok dwars door mijn buik.
man:U moet naar de dokter.
vrouw:Onzin.
man:Dan niet.
vrouw:Zo’n man doet niks.
Die kijkt naar je navel en zegt het is de pleuritis en dan kan je weer naar huis.
man:Ik ga op reis.
Naar Australië.
vrouw:Australië?
Wat gaat u daar doen in Australië?
man:Naar mijn dochter.
vrouw:O. Heeft u een dochter?
man:Nee. Ja.


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
login