THEATERTEKSTEN

Auteursbond-theaterteksten
is een project van de
Auteursbond, de
beroepsorganisatie
van (toneel)schrijvers en
vertalers in Nederland.
Nietjes
door Heleen Verburg - 1995
PDF   AUTEUR
TEKSTEN VAN DEZE AUTEUR

Trefwoorden: macht/machtswellust, man/vrouw, fabrieksdrama, seks/seksualiteit, huwelijk, strijd der sexen, carrière
Thema: Macht
Genre: Overig

Synopsis:
Absurd drama over een directrice van een nietjesfabriek die haar hele leven heeft gewerkt om de top te bereiken, maar die uiteindelijk het geluk niet heeft kunnen vinden. Ze besluit letterlijk haar hele hebben en houden uit het raam te gooien en maakt daarbij gebruik (of misbruik) van de ongekende fysieke mogelijkheden van een van haar arbeiders.

Samenvatting:
De directrice van een nietjesfabriek kijkt in haar glazen kantoortje uit over de grote fabriekshal waar mannen aan het werk zijn. Ze laat Tom, een gemoedelijke boom van een kerel, in haar kantoortje komen. Tom krijgt uitgebreid verslag over haar strijd om de top te bereiken. “Het is alsof ik de wereld regeer met mijn nietjes”. Ze informeert naar zijn sexleven . Jij zo groot, zij zo klein. Hoe kan dat? Ze leest hem de les over het onderwerp beheersing. Zij weet daar namelijk alles van. Zij laat Tom haar bureau door het raam naar beneden kegelen. Een week later. Tom ligt in bed met zijn vrouw. Ze babbelt wat, over de geit, haar grote hobby, maar Tom is weinig spraakzaam. Hij is gefrustreerd door het gebeuren met de directrice en reageert het af op zijn vrouw. De vrouw snapt niets van zijn gedrag, maar bezwijkt uiteindelijk letterlijk onder zijn gewicht. Als ze huilt probeert Tom haar te troosten. Je bent mijn vrouw en daar doen we het mee. De vrouw van Tom komt op bezoek bij de directrice. Ze heeft de geit bij zich. Het kantoortje is inmiddels al helemaal leeg gegooid. Alle ruiten zijn kapot. Na enige tijd wordt duidelijk dat de directrice van plan is om ook zichzelf door Tom naar beneden te laten gooien. Als de geit op het gevaar af van een maagperforatie papieren met nietjes op gaat staan vreten, breekt er iets bij de vrouw. Ze laat Tom naar boven komen. De vrouw dwingt Tom zich uit te kleden en stelt voor dat de directrice het er eens lekker van neemt met hem. Bij het zien van die enorme blote man, ziet de directrice er toch maar liever van af, waarop iedereen met iedereen ruzie krijgt en uiteindelijk de geit de dupe is.

Fragment:
PERSONAGES:
De directrice van een nietjesfabriek (45)

Tom, arbeider in de fabriek (40)

De vrouw van Tom (40)

Een geit

SCENE 1
De machinehal van een grote nietjesfabriek. Er is veel herrie van stampende, hamerende,
snijdende machines, staalplaten, grote spoelen, betonnen vloeren, snijmachines voor
doosjes, de geur van lijm (nietjes worden aan elkaar gelijmd), ratelende sorteermachines.
Kortom, herrie. Boven dit alles uit ook nog het geluid van een radio. Aan het eind van de hal
is een metalen trap naar een geheel uit glas opgetrokken kantoor. Vanuit het kantoor heeft
men overzicht over de hele hal.
De stem van directrice klinkt door de intercom:

directrice:Tom Willis. Dit is een oproep voor Tom Willis. Wil Tom Willis even
bovenkomen. Nu!

Tom zet zijn machine uit. Hij loopt door de hal naar het kan¬toor. De trap op. Hij klopt op de
deur en gaat naar binnen.

directrice:Zo Tom. Daar ben je. Goed. Kom binnen. Doe de deur dicht. Er is al genoeg
herrie op deze we¬reld nietwaar. Zo.
Ga maar even daar staan.
God wat ben je toch groot. Het lijkt wel of je elke dag groter wordt.
Hoe is het met de geit?
Tom:De geit?
directrice:Ja, de geit. Je hebt toch een geit?
Tom:Ja.
directrice:Nou dan, hoe is het met hem?
Tom:Goed.
directrice:Uitstekend.
Maak je geen zorgen. Ik weet precies waar ik heen wil. Altijd trouwens.
Maar dat weet jij ook wel. Nietwaar Tom?
Tom:Ja mevrouw.
directrice:Zo Tom.
In mijn kantoortje. Jij in mijn kantoortje.
Grappig. Al dat vlees.
Was je al eens eerder in mijn kantoortje ge¬weest, Tom?
Tom:Nee mevrouw.
directrice:Maar je had er wel naar gekeken.
Tom?
Tom:Eigenlijk niet mevrouw.
directrice:Nee?
Tom:Zelden.
directrice:Kijk je nooit omhoog?
Dom Tom. Je moet verder vooruit, omhoog kijken. Maakt niet uit waarheen
als het maar ver weg is. Daarom heb ik geen gordijnen hier. Snap je?
Tom:Ja mevrouw.
directrice:Nou zie je de zaak ook eens van de andere kant. Niet onaardig hè. Glas
glas......daar ook glas. Overal glas. Jammer dat er geen ramen open kunnen,
vind je niet. Door die herrie. De hele dag. De radio. Jullie. Net kinderen. Jullie
zijn eigenlijk net mijn kinderen. Drukte, ge¬zelligheid. Mijn gezin, mijn thuis.
Dit is het. Voor mij. Helemaal. Ik kan zeggen doe dit, doe dat.......
Zo Tom.
Ik bewonder je.
Je bent een groot man.
Tom:Groot mevrouw?
directrice:Ja, in alle opzichten. Nee, blijf nog maar even staan. Geestig hè, dat ik hier zit
en jij niet.
Zo Tom. En wat vind jij van deze ruimte?
Zeg het maar. Ik weet precies wat ik doe.
Tom:Gewoon.
directrice:Niet benauwd?
Tom:Nee, gewoon.
directrice:Kom kom Tom. Ik heb het hier al benauwd, dan moet het voor een bulldog als
jij toch vrese¬lijk zijn.
Tom:Gaat wel.
directrice:Soms ben ik hier al heel vroeg. De hal is leeg. Stil. Maar niet rustig. Nee
onrustig. Bijna hongerig. Die machines doen niets, maar ze kunnen bijna niet
wachten. Die moeten in bewe¬ging, snap je. Daar moet olie in. Staalplaten
doorheen. Het is een verademing Tom. Het is een verademing als ’s ochtends
al die mannen bin¬nenkomen. Daar worden ze rustig van. En ik ook. Alles erop en eraan. Schoenen, overalls, brood¬trommels. Hup de radio aan. Sigaretje. Knoppen om, beginnen.
Snap je?
Ik slaak een zucht van verlichting. Iedere ochtend, het grote gebeuren, het
begin van alles.

Stilte

Goed, trek je schoenen maar even uit.
Tom:Pardon?
directrice:Je schoenen. Gewoon even doen. Schoenen buiten de deur.

Tom trekt zijn schoenen uit.

Wat voor maat is dat nou als ik vragen mag? Ziet eruit als minsten vijftig. En
dan heb ik het nog niet eens over de breedte. Zet ze maar even buiten neer. Er
is al genoeg troep op deze wereld.

Tom zet zijn schoenen buiten.
Stilte

Ik kan jou zien. De hele dag.
Je fluit. Ik zie jou de hele dag fluiten. Heb je zo'n plezier in je werk Tom?
In elke dag 300 platen staal door de machine duwen?
Tom:Ik doe het niet met tegenzin.
directrice:Onzin. Het leven is een grote strijd Tom, geef het gewoon toe. We lijken wel gek.
Zou je ook je sokken even uit willen trekken? Even naar buiten ook.

Tom doet het.

Wol, snap je. Ik heb de laatste tijd zo'n jeuk. Gek gek gek word je ervan. En ik
kan er niet uit, snap je. Nergens kun je aan ontsnappen. Dus nu moet ik...
Maar wees niet bang, ik weet heel goed wat ik doe.
Ga verder.
Tom:U was bezig.
directrice:Natuurlijk.
Weet jij wat er gebeurt met die stalen platen die jij de hele dag door de
machine staat te duwen?
Tom:Ja mevrouw.
directrice:Nietjes. Ze worden gesneden, gesmolten, getrok¬ken, geperst, gelijmd, gepakt, verpakt. Niet¬jes. Miljoenen. En die gaan dan door miljoenen papieren stukken. Pakken papier. De een schri¬jft ze. De ander leest ze.
Hier op mijn bureau zie je. De hele dag. Stuk¬ken leesvoer met een nietje erdoor geramd. Potdicht. Muurvast.
Je hebt geen idee wat zich hier heeft afge¬speeld de afgelopen 25 jaar. Of wel?

Tom:Nee mevrouw.
directrice:Dat bedoel ik. Jullie hebben als het erop aan¬komt nergens een idee van. Daar beneden.
Eigenlijk alleen werkend vlees. Snap je, en dat is niet vervelend bedoeld. Integendeel. Ik voel zelfs een lichte jaloezie.
De Eiffeltoren heb ik beklommen binnen deze vier muren. Het zweet zit bij mij van binnen . En nu is de top bereikt. Alleen het vlaggetje moest er nog op. 25 jaar de ladder op. Een rechte lijn. Ik trek een rechte lijn door mijn leven. En daar loop ik overheen. En ik heb nog hakken aan ook.
Ik heb het toch maar gered, vind je niet, tus¬sen al die spierballen door. En nou zit ik hier. Het uitzicht is fantastisch.
Zo Tom.
Lekker ding van me.
Neem me niet kwalijk.
Ga maar zitten.
Nee, niet daar. Neem die daar. Gezien je pos¬tuur.
Stel je voor dat hij in elkaar zakt. We willen niet nog meer troep op deze wereld.


Tom gaat zitten. Hij kucht.


Rustig maar, ik kom zo ter zake.
Geen probleem voor mij. Ter zake komen. Ik heb ze om mijn vinger gewonden. Ik heb mijn adem in gehouden. Niet te fel. Niet te zacht, niet te veel, niet te vaak, precies op tijd. Met grote begrijpende onschuldige maar o zo pientere ogen heb ik ze aangekeken, en daar zit ik nu.
Het leven is een strijd Tom. Je moet vechten, dat weten we allemaal. Maar daar schijn jij geen last van te hebben. Is dat zo?

Tom:Wat mevrouw?

directrice:Het is niet niks. Directeur, directrice, wat maakt het uit. Luister je?
Export naar Japan, Chili, IJsland, schepen vol. Meesterlijk.
Het is alsof ik de wereld regeer met mijn niet¬jes. Snap je?


Stilte


Zeg jij ook eens iets.
Ik heb je niet voor niks laten komen.

Tom:Wat moet ik zeggen?

directrice:Hoe vond je het feest?

Tom:Welk feest?

directrice:Mijn jubileum. 25 jaar bij het bedrijf.

Tom:Leuk wel.

directrice:Je hebt gedanst, zag ik.

Tom:Ja.

directrice:Was dat je vrouw?
Mooi.
Die bitterballen. Ik hield mijn hart vast. Al die grote handen die dan met zo'n klein prik¬¬ker¬tje¬ zo'n gl¬oei¬end hete bit¬terbal op orden¬te¬lij¬ke wijze moe¬ten zien binnen te krijgen. Het was bijna een knoei¬boel hè. En laten we eer¬lijk zijn, er wordt al meer dan genoeg geknoeid op deze wereld.
Volgende keer kaas.


Stilte

Hard werken, dat is het enige dat helpt.
En als ik hoofdpijn krijg, neem ik een aspi¬rientje. Heb jij weleens hoofdpijn, Tom? Ik denk zelfs dat ik nu een aspirientje neem. Zou jij dat even voor me willen pakken Tom?
Het is namelijk zo. Ik krijg de laatste tijd steeds meer moeite met opstaan, snap je. Het lijkt wel of dit bureau.....Ik vind het persoonlijk een prachtig bureau. Maar het is ongelooflijk zwaar. Er komt wat in en er gaat wat uit. Zo zie ik het.
Mensen schrijven. Andere mensen lezen. En God ramt er een nietje door. Zo zie ik het. Dus eigenlijk help ik God een handje. Nietjes hou¬den de zaak wat bij elkaar. Overzichtelijk, snap je. Prettig. Rustig.
We hebben een mooi vak, Tom.
Weleens nagedacht over een nietje, Tom?
Ik wel. Hier.
Hier gebeurt dat allemaal. Hier moet het spo¬ren.
Hier rust de verantwoordelijkheid. Hier ligt in wezen de oorsprong van ieder nietje.¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬ In dit kan¬toor. Hier bij mij.
Niemand boven me. Iedereen onder me. Het leven een rechte lijn.
Waar blijft dat aspirientje nou? Het staat daar in dat kastje. Neem er zelf ook
een. En geef me ook maar wat te drinken.

Tom haalt het aspirientje en een glas water.

Ja, een levenlang nietjes.
Leg maar op mijn tong.
Dat aspirientje. Leg dat maar op mijn tong. Niet bibberen. Gewoon doen.
Ik bijt niet. Ik weet heel goed wat ik doe.

Tom legt het aspirientje op haar tong.

Jij bent zo jezelf Tom. Dat bewonder ik zo aan je. Jij gaat naar huis. Jij kust je
vrouw. Je voert je geit. Hoe is het met de geit?
Tom:Dat had u me al gevraagd mevrouw.
directrice:O ja, hoe is het met je vrouw?
Tom:Goed.
directrice:Ik ken haar niet.
Tom:U heeft haar zien dansen.

directrice:Waar?
Tom:Op uw feest.
directrice:O ja. Mooie vrouw, beetje klein.
Hoe doen jullie het eigenlijk?
Tom:Pardon?
directrice:Jij zo groot, zij zo klein.
Hoe kan dat?
Tom:U bedoelt thuis?
directrice:Ja in bed, of ergens anders. Wees maar niet bang. Ik weet heel goed wat ik doe. Ik ga al¬tijd recht op mijn doel af. Ik trek een lijn van A naar B. Hoe moet ik het me voorstellen. Jij bovenop? Zij bovenop? Hoe denk je in gods¬naam dat zij al jouw lustuitspattingen op moet vangen in dat kleine lijfje van haar? Had je geen ander uit kunnen zoeken?

Tom:Daar heeft u niets mee te maken mevrouw.

directrice:Ze moet zichzelf beschermen tegen al dat ge¬weld. Dat snap ik heel goed. Ik snap dat ont¬zettend goed.
Nou, hoe doen jullie het?

Tom:Ze vindt het geen geweld, denk ik.

directrice:Dat denk je verkeerd.
Alle mannen zijn hetzelfde. Jij en al die ande¬re spierbundels. Ik weet wat jij in je schild voert.
Denk niet dat ik dat niet doorheb.
Jij die de godganselijke dag staat te hakken op een stuk plaatstaal.
En het blijft niet bij dat plaatstaal.
Wat doe je met haar in bed Tom?
Ze kan waarschijnlijk niet eens ademhalen als je bovenop haar ligt. Jij stort je op haar als een blinde stier, en je denkt dat dat liefde is Tom, maar dat is het niet. Zij ligt waarschijn¬lijk stuiptrekkend aan haar schone lakens te denken. Het is vies. Het is laag. Het is beest¬achtig. En ik wil je één ding zeggen Tom. Ik voel het aankomen. En ik zeg het je nu van tevoren. Laat het niet uit de hand lopen. Ik zie je Tom. Ik kan je de hele dag zien. Ik hou je in de gaten.
Je krijgt me niet klein. Al zou je het willen. Jij niet en al die anderen niet. Ik heb gevoch¬ten tot ik erbij neerviel en nou zit ik hier en jij zit daar.


Tom wil weggaan.


Nee, hier blijven!
Je houdt je in Tom, je houdt je in.
Anders vlieg je eruit. Begrepen?
Kijk Tom, je kunt het beest in jezelf wel los¬laten, maar het heeft geen zin. Het leidt tot geweld en chaos.
Het punt van beheersing. Dat moet je altijd weten te vinden. Dat kost veel energie Tom.
Dat punt bevindt zich tussen mijn wenkbrauwen.
Hier.


Ze tikt tegen haar voorhoofd.

Ik voel het de hele dag. De hele dag.
Zo. En nu ter zake.
Tom?
Tom:Ja mevrouw.
directrice:Jij bent heel sterk hè. Ik bedoel héél sterk.
Tom:Ja mevrouw. Als u het zegt.
directrice:Til mijn bureau op.
Tom:Pardon?
directrice:Til op.

Tom tilt het bureau op. Er valt vanalles op de grond.

Goed zo. Let maar niet op de rommel. Ik weet wat ik doe. Ik weet altijd wat ik doe.
Tom:Zo?
directrice:Doe eens hoger.

Tom tilt het hoger op.

Tom:Zo?
directrice:Boven je hoofd? Fantastisch.
Loop naar het raam.
Uitstekend Tom.
Gooi maar naar beneden.
Tom:Maar.
directrice:Geen zorgen. Ik ben de directrice van dit ge¬zelschap. Ik zorg dat het goed komt. Ik maak altijd alles in orde.
Gooi maar.
Tom:Maar er zitten belangrijke......
directrice:Gooi dat klotebureau door dat kloteraam!
Tom:Aaaaaaaah.

Tom doet het. Het bureau dondert met enorm geweld door het raam naar beneden. Het
geluid van de machines komt het kantoor in.

directrice:Dank je Tom. Dat was heel ...... indrukwekkend.
Je begrijpt dat ik je nu natuurlijk zou kunnen ontslaan. We kunnen niet hebben dat het perso¬neel zomaar met bureaus gaat gooien. Je brengt de mensen op een idee.
Maar ik doe het niet. Ik heb je nodig Tom. De komende tijd. We zijn er nog niet. Bereid je maar voor.
Doe je schoenen aan en stort niet van de trap.
Dat was het.
Dag Tom.

Tom gaat naar buiten doet de deur dicht.






 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
login