THEATERTEKSTEN

Auteursbond-theaterteksten
is een project van de
Auteursbond, de
beroepsorganisatie
van (toneel)schrijvers en
vertalers in Nederland.

privacy verklaring

Strijd
door Kristian Kanstadt - 1991
PDF   AUTEUR
TEKSTEN VAN DEZE AUTEUR

Trefwoorden: donor- en orgaanhandel, medische ethiek, weefselbank, godsdienstwaanzin, sektarisme.
Thema: donor- en orgaanhandel
Genre: Tragikomedie

Synopsis:
Strijd gaat over het schemergebied tussen legale en illegale organenhandel. Het stuk belicht de morele implicaties van orgaandonatie en orgaanbanken met vragen als: Wie bepaalt wie voor een orgaan in aanmerking komt, wordt draagkracht bevoorrecht boven armlastigheid als het om de toewijzing van organen gaat, wint wetgeving de pleit voor een codicil of, zoals in Strijd, niet. In deze satire gaat het letterlijk op leven en dood. In het kielzog van onethische medici, een kerkgenootschap, en lokale realpolitiek ambieert een klein dorpje om een global player in de lucratieve donor -en orgaanindustrie te worden. Op onconventionele manier komen zij aan ‘handelswaar’. Zij zijn zelfvoorzienend.

Samenvatting:
Strijd werd op twee acteurs met een reeks inwisselbare rollen geschreven. Hun improvisaties die de logistiek van het stuk meebepaalden, zijn in de tekst gehandhaafd. De acteurs ontleenden hun vindingrijkheid aan Vaudeville en Commedia del’ arte, maar ook aan de t.v.feuilleton.
In negen scènes ontvouwt zich een horrorscenario met een tragikomische wending naarmate de daders slachtoffers worden. In het dorpje Woudenberg wordt meneer Geestelijk Leven van de plaatselijke kerkgenootschap slachtoffer van een offerritueel. Gecastreerd belandt hij in de plaatselijke kliniek Dalweide, waar Hoofd Organen dokter Hak zijn verpleegkundige zuster Bongo, en dit meer uit eigenbelang, er van weerhoudt Geestelijk Leven de doodsteek te geven. Hak wacht namelijk op het fiat vanuit politiek Den Haag voor de bouw van een orgaan -en weefselbank. Een schandaal kan het dorp zich niet veroorloven. De officiële versie luidt dat Geestelijk Leven een ongeluk had. Hak kan hem dus nog niet ‘leeghalen’, terwijl de dorpelingen door Hak zelf aangezet tot de offerrituelen, nauwelijks nog hun bloeddorst kunnen intomen. Met voorop zuster Bongo! Ondertussen stelt een journalist met de naam Kip lastige vragen over het ongeluk. Zijn onderzoek geeft inzicht in de jeugd van Geestelijk Leven, Dokter Hak en zuster Bongo, die zijn gebrandmerkt door godsdienstwaanzin, mishandeling en seksuele misbruik. Als dan groen licht voor een weefselbank wordt gegeven, is de geest uit de fles. Maar net heeft Zuster Bongo een crucifix in Geestelijk Leven geslagen, of zij wordt door haar minnaar Hak met een geheim over haar en Geestelijk Leven geconfronteerd. Terwijl buiten de kliniek de roep om bloed, en nu ook van Bongo en Hak aanzwelt, speelt zich binnen in ijltempo een drama af. Bongo baart een zoon van Hak en sterft. Hak met zijn kind hoort de wilde horde naderen, en beseft dat hij het einde over zichzelf heeft afgeroepen.

Fragment:
Geneesheer Directeur dokter Hak, Hoofd Organen verschijnt voor de operatie, klapt het bed naar beneden en buigt zich over G.L. heen.

Hak:
Het is een grof schandaal, ze hebben geen enkel respect. Hoe halen ze het in hun hoofd. De patiënt is in geen conditie voor een interview. Zo meneer Leven, komt u maar even, ja voorzichtig even de klompjes uit.
(Dr. Hak draait G.L. als een zandzak om)
Daar gaan we, één, twee, drie, hupsakee. En nog een keer. Eén, twee, drie hupsakee. Ik zie, een ramp voor de liefde. Spitse wratten in zijn anus; van een Vietnamese druiper; dat zal een lekkere hamburger worden. En eens even in het dossier spieken. Ah, toen ook gangreen gekregen.

G.L.:
Binnenkort seniele gangreen als je niet opschiet.

Hak:
Eén, twee, drie ! En meneer Leven, hoe heet u verder?

G.L.:
Gisteren tutoyeerde hij me nog, hij weet donders goed hoe ik heet. Ik weet anders wel hoe hij heet, Hak, dokter Hak. Wat is er gebeurd?

Hak:
Je bent gekollepst en verkeert in levensgevaar. En hoe gaat het nu?

G.L.:
Het gaat. En hoe luidt de diagnose, een beetje gunstig?

Hak:
Gunstig? Je hebt een traumatische belediging van je geslachtsorgaan. Een diepe en onregelmatige scheuring van je scrotum tot je rectum en weer terug. We hebben je testikels niet terug kunnen vinden, sorry.

G.L.:
Er af en hij zegt sorry, er af en jij zegt sorry! Ben je, zijn jullie, maar, maar dat moet gisteravond gebeurd zijn, tijdens het feest! Of was het een bal, nee feest, nee nee, bal, nee...

Hak:
Hij is in shock en voelt niets meer. Zijn wondranden zijn reeds afgestorven. Tenminste te oordelen naar sporen van lijkvocht om de wond. Vorming granulaties afwezig, de aangetroffen okergele secreet is, en hier komt het, ‘animaal’. Welke duvel heeft jouw suikerbeestje er afgeknabbeld?

G.L.:
Geknabbeld, nee ik kreeg iets te drinken, ja iets te drinken, en toen? Hak treedt met me in gebed opdat zij (wijst op zijn kruis) tot de heer komen.

Hak:
Daar is het te vroeg voor, maar als ik niet onmiddellijk aan de slag ga, dan kun je ze zo direct zelf gaan brengen.

G.L.:
Zelf?

Hak:
Ja, maar nu moet ik nog iets van je weten. Als het misgaat..

G.L.:
Misgaat?

Hak:
Ik zeg als, dan kun je anderen van nut zijn. En wie komt de eer toe?

G.L.:
Van mijn organen? De Heer, Hak, de Heer!

Hak:
Die kan van mij een blauwzuurklysma krijgen, jij gaat nu voor. Stel je voor, een nier van je, of nee nog beter een lever, nee nu weet ik het, je hart in Rome, stel je voor, in jouw Rome. Als je het niet doet kan ik het met een operatieve ingreep knap lastig voor je maken.
(G.L. wil protesteren, maar wordt de mond gesnoerd)
Ze weten tenslotte niet beter of het zijn een paar gekwetste bieten, maar als ik je ombouw, dan zal iedereen vinden dat G.L. niet zo hoort te zijn.

G.L.:
Heb ik een keus?

Hak:
Ik haal hem helemaal leeg.

G.L.:
Wat?

Hak:
Niets, niets. Ik bedoel, het kan misgaan maar dat ligt dan niet aan mij maar aan mijn ongediplomeerde operatie-assistente, zuster Bongo.

G.L.:
Zuster Bongo! Wat Bongo, nee niet Bongo, ik smeek je.

Hak:
Kalmeer, ik wil je redden, dus eventjes wat wondhaken ontsmetten, dan hoor ik zo wel van je wat je kunt missen.

G.L.:
Wat missen? Ring, ring , ring!

Hak:
Wat?

G.L.:
Telefoon gaat.

Hak:
Oh ja natuurlijk (neemt op)
‘Met Hak! Ah Burgemeester, wat de krant in huis, Kip op het terrein, niet best voor Woudenberg, precies. Wat?’ Hij vraagt of je nog leeft.


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
login