THEATERTEKSTEN

Auteursbond-theaterteksten
is een project van de
Auteursbond, de
beroepsorganisatie
van (toneel)schrijvers en
vertalers in Nederland.

privacy verklaring

Monotracks
door Kristian Kanstadt - 2008
PDF   AUTEUR
TEKSTEN VAN DEZE AUTEUR

Trefwoorden: Monoloog, voyeurisme, exhibitionisme, performatief theater, crossmedia
Thema: Voyeurisme, exhibitionisme en theater
Genre: Overig

Synopsis:
Dit spreektheater beweegt zich op het terrein van performance en crossmedia, en is gebaseerd op negen korte monologen of Monotracks. Het uitgangspunt is erotiek en macht. Het thema wordt uitgewerkt in de context van voyeurisme, exhibitionisme en inzicht in de onderlinge posities. Dramatisering van de Monotracks vindt plaats door een verweving van videobeelden, beweging en taal. De eerste reeks van drie teksten behandelt de positie van de voyeur en opent met een proloog die het dilemma van het kijken en wegkijken belicht. Voyeuristische aspecten, zoals de uitdaging en ontkenning, corresponderen met twee opeenvolgende posities. De volgende reeks van drie teksten gaat in op een exhibitionist die haar macht ontleent aan uiterlijkheden, sensuele verleiding en zelfberechting. De derde reeks draagt een gewelddadig potentieel in zich. Het confronteert ons, dat wil zeggen de toeschouwers met het uiteenvallen van ruimte en tijd, van het beeld en het verbeelde, van de kijker en bekekene en van het individu.

Samenvatting:
Monotracks kan door een of drie acteurs/actrices worden gespeeld. Door de extreem compacte tekst luisteren de monologen zeer nauw, en lenen zich uitstekend voor kleine theater - of installatieruimtes. De te spelen posities vanuit resp. de voyeur, de exhibitioniste en de (publiekelijke) toeschouwers lopen synchroon met analoge beelden op drie projectieramen. Projectietechniek voor de beelden van de eerste twee posities kan variëren (dia’s film, video etc). Voor de laatste volstaat bijvoorbeeld een live-opname en projectie van de aanwezige toeschouwers. Bij het stuk is een exposé toegevoegd voor videokunstenaars e.a. betrokkenen.
Elke positie bestaande uit een reeks van drie performatieve teksten, kan worden samengevat in kernwoorden. Bij de voyeur zijn dat het stuk, het raam, en de daad, bij de exhibitioniste zijn dat beeld, naakt, en het oordeel en bij de toeschouwers geloof, hoop en offer. De versplinterde betekenis van deze begrippen, wat een tragedie op zich is, luidt niet alleen het einde van drama in, zij sluit het uit.

Fragment:
De voyeur:

Ik doe er niet aan mee, alleen omdat het raam tegenover ligt.
Ik geef geen inkijk, ik blijf uit zicht.
Maar zij, zij zinderen in het licht.
Zij blinderen niets.
Zij zien niet wat ik in één oogopslag door zonneglazen zie.
Zij staan niet in hun eigen schaduw zoals ik.
En zij weten dat.
Zij spelen ermee, omdat ze doen alsof ik alles zie, al weten ze niet precies wat.
Ik doorzie wie het voor het zeggen heeft.
Hij wil mij laten zien dat hij doet wat hij wil.
Zij wil laten zien dat hij doet wat ze niet wil.
Alles duidt erop dat hij zich heeft ontknoopt.
Alles wijst erop dat zij zich tegen haar zin ontbloot.
Zelfs haar oogharen trillen in het vensterglas.
Zij zien in dat ik niet zo ben.
Doen of ik toekijk.
Wie weet of ik niet, zodra de zon uit haar gezicht draait, wegkijk.

De exhibitioniste:

Argeloos schuif ik mijn schouderband af.
Hij ziet door het venster hoe het nachthemd op mijn voeten valt.
Hoe ik eruit stap, van een sokkel afstap, goddelijk!
Hoe ik over hem heen stap.
Naakt, bijna naakt, op zijdekanten kousen na.
Onbevangen, maar verlokkelijk leun ik onderuit.
Hij kan zo zijn gang gaan.
Zo ingeven op mijn onweerstaanbare lippen.
Zo afglijden naar mijn borstknoppen.
Zo toegeven aan zijn onverzadigbare lust.
En door, blindelings doordringen tot mijn onderbuik.
Hitsig vang ik een glimp op in het glas.
In focus rol ik indachtig het zijdekant af.
Hoe hem dat opwindt, hoe ik hem om mijn vinger wind.
Hoe hij krult en klit op het ovaal van mijn veile vrucht,
mij op een haar na op de huid zit.
En bijna tastbaar, alleen tastbaar voor mij is.

Toeschouwer:

Ik dien geen enkel nut.
Ik beantwoord hooguit aan een andere werkelijkheid.
Waar een fantast goed voor is.
Ik sta nooit op de voorgrond.
Ik neem geen standpunt in.
En is een mening gevraagd.
Ik heb gelijk, het is niet van mij, maar van een ander.
Wat heeft het voor zin.
Feitelijk voeg ik nergens iets aan toe.
Het wiel wordt als het ware steeds opnieuw uitgevonden.
Je vervalt in herhaling.
Of je vervalt in niets.
Geloof me of niet.
Verval heeft de toekomst, altijd al gehad.
Het staat eenduidig vast.
Het verlost je van de laatste illusie.
En wat voorop staat, je ontsnapt aan de waan van de dag.



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
login