THEATERTEKSTEN

Auteursbond-theaterteksten
is een project van de
Auteursbond, de
beroepsorganisatie
van (toneel)schrijvers en
vertalers in Nederland.
Monoloog voor een dood meisje
door Heleen Verburg - 1991
PDF   AUTEUR
TEKSTEN VAN DEZE AUTEUR

Trefwoorden: : leven/dood, beheersing, moeder/dochter, absurdisme, macht
Thema: moeder/dochter, leven/dood
Genre: Drama/toneelspel, Eenakter

Synopsis:
Een meisje staat bewegingsloos naast haar moeder. Ze ontploft bijna maar haar moeder wil niks van haar horen. Er komt een veger langs die zich afvraagt of het meisje dood is.

Samenvatting:
Een meisje staat zwijgend naast haar moeder. Dan begint ze over haar moeder te praten. Dat die vindt dat ze te druk is, dat ze teveel beweegt. Maar dat haar moeder eigenlijk niks van haar weet. Die weet niet wat ze denkt en wat ze ziet, hoeveel er wel niet omgaat in haar binnenste. De moeder hoort haar niet. Ze klaagt over de herrie in haar hoofd. Dat ze geen rust kan vinden. Over haar dochter die nooit doet wat zij wil. Eigenlijk schaamt ze zich een beetje voor haar.
Het meisje wil heel graag bewegen, maar het mag niet, want dan raakt haar moeder weer van streek. Ze is bang dat ze heel binnenkort iets heel onverwachts gaat doen of zeggen. En ja hoor, daar gebeurt het ook. Maar haar moeder negeert het. Het meisje verstijft.
Er komt een veger langs. Die vindt dat het meisje wel dood lijkt. Ze ziet een beetje wit, ze is koud. Hij vindt het zielig. De moeder zegt dat er zoveel dingen koud zijn en dat dat helemaal niet zielig is. De veger vertrekt en laat de moeder en dochter alleen achter. Moeder: leuke mensen hier, beetje druk.

Fragment:
meisje:
Mag ik even wat zeggen.
Dit is mijn moeder.
Dat vind ik niet zo leuk.
Liever had ik een ding gehad
in plaats van een moeder.
Nu denkt zij dat ik dood ben.
Dat ben ik niet.
Ik doe alsof
om haar te pesten
begrijpt u.
Kijk, zo ben ik dus.

(tegen de veger)

moeder:
Het spijt me echt, meneer.
Ik zou willen dat het anders was.

meisje:
Zij hoort mij niet en dat moet maar zo blijven.

moeder:
Het is die herrie hè. Ik heb het overal.
Herrie in mijn hoofd.
Herrie in mijn handen.
Het is niet makkelijk om rust te vinden, me¬neer.

meisje:
Zij weet niet wat ik denk.
Zij weet niet wat ik zie.
Zij heeft geen weet van mijn kwajongensstreken.
Zij denkt geen slechte dingen over mij.
Maar o wat ben ik slecht.
En o wat kan ik veel vertellen
zonder mijn mond te openen
ook nog.
Ik ben knap,
dat weet ik zelf ook wel.

moeder:
Het doet ook vreselijk zeer.
Hier tussen mijn ogen.

meisje:
Ik verbied je alles, zegt mijn moeder.
Blijven zitten
Niet bewegen
Wachten tot ik klaar ben.
Ik ben zo klaar.
Dat is nu al een jaar of drie geleden.

moeder:
In het begin ging ik nog wel naar de dokter.
Maar die begreep me niet.
Ik zei, het zijn mijn oren niet.
Die herrie zit in mijn hoofd.
Niks mis met mijn oren.
Maar ja, zo'n man stuurt je door naar zo'n spe¬cialist.
Daar ben je dan weer een paar maanden zoet mee.
En daarna denk je. Laat maar. Ik los het zelf wel op.

meisje:
Ik heb ondertussen heel veel naar haar kunnen kijken.
Ze is niet mooi.
Ze heeft te dikke kuiten.
Haar achterwerk doet denken aan een hooiberg.
En zoals ze kijkt.....
Met al dat haar.
Dag mevrouw. U hebt een heel dom hoofd.
Zal ik dat gaan zeggen?

moeder:
Maar mij krijgen ze niet omver, meneer.
Ik heb al teveel meegemaakt.
Mijn eigen man stond me met knuppels op te wachten.
Maar ik heb me er doorheen geknokt.
We hebben het overleefd. Zij en ik.
We hebben het allebei overleefd.

(tegen het meisje)

Waarom ben jij ineens daar gaan staan?
Dacht je dat ik dat niet zou zien?
Ik ben wel oud, maar niet blind, snap je.
Altijd alles achter mijn rug.
Altijd.
Het zou vervelend zijn als je wegliep.
Dan blijf ik alleen.
En wat moet ik dan?
Dat moet je niet vergeten.
Trouwens, ze zou het niet redden.
Ze kan niet eens een half pond gehakt bestel¬len.
Nou, waar blijf je dan.
Je moet aardig zijn voor de mensen.
En lief naar ze lachen.
Ik moet er niet aan denken dat ze naar me toe¬komen en zeggen is die rotmeid van jou.

meisje:
Ik giechel wel een beetje
als ik denk aan al die koppen
die mij hebben aangestaard
alsof ik van glas was.
Ze is wel mooi,
maar niet zo in balans.
Dat hebben ze gezegd van mij.
Dat klopt ook wel.
Ik kijk heel aardig en heel zacht
maar ik heb stalen vuisten.


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
login