THEATERTEKSTEN

Auteursbond-theaterteksten
is een project van de
Auteursbond, de
beroepsorganisatie
van (toneel)schrijvers en
vertalers in Nederland.
De liefste
door Heleen Verburg - 2000
PDF   AUTEUR
TEKSTEN VAN DEZE AUTEUR

Trefwoorden: Verboden liefde, discriminatie, jeugdliefde, cultuurverschil, verlangen
Thema: verboden liefde
Genre: Tragikomedie, Jeugdtheater

Synopsis:
Een jongen en een meisje ontmoeten elkaar op het platte dak van een huis ergens in een verre vreemde stad. Ze worden verliefd op elkaar maar dat mag niet omdat hun families teveel verschillen. Daarom spelen ze samen hun gedroomde wereld.

Samenvatting:
Een jongen en een meisje ontmoeten elkaar op het platte dak van een stad ergens in een vreemd land. De jongen is de zoon van een timmerman, het meisje dochter van een cardioloog. De jongen probeert indruk te maken op het meisje: zijn vader heeft een keer op zo’n dak een zee getimmerd. Het meisje zegt dat haar vader zegt dat timmermannen met hun handen werken omdat ze geen hersens hebben. Ze bedenken dat een hart in een zelfgetimmerd kastje een mooie mix zou zijn. Ze worden verliefd op elkaar. Maar dat stuit op allerlei moeilijkheden: de families van de jongen en het meisje zijn het er niet mee eens. Zo heeft in de ene familie iedereen een snor en in de andere is dat streng verboden. De jongen mag van zijn oma ook niet de familieliefdesbrief aan het meisje geven. Het meisje loopt voortdurend boos weg.
Ze proberen elkaar te troosten door allerlei spelletjes te spelen op het dak waardoor de situatie in hun families en in hun land langzaam voelbaar wordt. Uiteindelijk schrijven ze elkaar een zelfgemaakte liefdesbrief. Meisje: “Liefste, het mag niet van mijn vader……tot nooit en altijd.”
Jongen: “Ik blijf wachten. Ps. Ik neem nooit een snor”. En ze dromen zichzelf een kastje. Een kastje met een kloppend hart erin.

Fragment:
1.
DE JONGEN KOMT AAN IN HET DEKOR.
HIJ GAAT ZITTEN OP HET KRAT.
HIJ PAKT ZIJN ZAAG UIT ZIJN HANDKASTJE.
HIJ ZET HET HANDKASTJE VOORAAN.
HIJ WIL DRINKEN. ER IS GEEN WATER.
DE JONGEN VALT IN SLAAP.

2.

MUZIEK (DE OPENINGSMUZIEK VAN JULIA)
HET MEISJE KOMT OP. ZE HEEFT SPULLEN BIJ ZICH.
ZE STOFT. ZE NIEST. ZE HANGT DE FOTO OP.
DE JONGEN ZAAGT.

3.
HET MEISJE GEEFT DE JONGEN EEN KADOOTJE.
HIJ PAKT HET UIT, VERFROMMELT HET EN STEEKT HET IN ZIJN ZAK.

4.
HET MEISJE MET DE ZWAAN.
meisje: Hoe heb jij leren zwemmen?
jongen: Nou, mijn vader heeft bij ons op het dak een zee getimmerd.
meisje: Dat lieg je.
jongen: Niet. We hebben een plat dak. Daar heeft hij een zee op getimmerd. Hij gooide me erin en hij riep: Zwem!
Ik begon te spartelen en ik riep: Help help!
Mijn vader haalde me uit het water?
meisje: En toen?
jongen: Toen gooide hij me er weer in.
Ik weer spartelen. Help help!
Mijn vader haalde me eruit, gooide me weer terug net zolang tot ik kon zwemmen.
En jij?
meisje: Gemeen rotjoch.
jongen: Niet weglopen!
HET MEISJE LOOPT WEG.

5.
meisje: Mijn vader is cardioloog.
jongen: Mijn vader is timmerman.
meisje: Mijn vader zegt dat timmermannen met hun handen werken omdat ze geen hersens hebben.
jongen: Mijn vader heeft voor mij een handkastje gemaakt van 56,3 bij 68,7 met een diepte van 23,6.
meisje: Mijn vader kijkt met een cameraatje van een halve milli¬meter in je hart en dan gaat hij opereren.
jongen: Iedereen heeft kasten nodig.
meisje: Iedereen heeft een hart.
jongen: Jij niet.
meisje: Mijn vader zegt van wel.
jongen: Een hart in een kastje.
meisje: Wat?
jongen: Zou dat niet lollig zijn?
Een hart in een kastje.
meisje: Je hebt niks aan een hart in een kastje.
jongen: Er zijn kasten waar een hart in zit en kasten waar geen hart in zit.
meisje: Wie zegt dat?
jongen: Mijn vader.
meisje: Je vader is hartstikke gek.
jongen: Niet weglopen!
HET MEISJE LOOPT WEG.


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
login