THEATERTEKSTEN

Auteursbond-theaterteksten
is een project van de
Auteursbond, de
beroepsorganisatie
van (toneel)schrijvers en
vertalers in Nederland.

privacy verklaring

Niemand heeft me ooit een eigen land beloofd
door Frank Norbert Rieter - 2011
PDF   AUTEUR
TEKSTEN VAN DEZE AUTEUR

Trefwoorden: dromen, teleurstelling, vrijheid, kiezen
Thema: hoop, dromen en geloven
Genre: Drama/toneelspel, Tragikomedie

Beschrijving:
Het idee voor dit toneelstuk ontstond vanuit het non-fictie reisverhaal ‘Onze Loodgieter’. Onze Loodgieter reist met kar en paard naar het Beloofde Land. De mensen die hij onderweg tegenkomt herinneren zich door zijn onverwachte verschijning vaak hun eigen dromen: wat voor wonderbare reizen ze wel niet hadden willen ondernemen.
De ontmoeting in dit stuk, tussen een onverwachte reiziger en een enigszins disfunctioneel gezin, is een samensmelting van vele fragmenten en verhalen over zijn reis, waarbij ik met name geput heb uit ontmoetingen in Zuid Frankrijk. Onze loodgieter vertelde over zijn bezoek aan een dorp met een bonte verzameling bewoners. Over iedereen die hij daar ontmoette had hij wel ‘een verhaal’. Ik krabbelde een paar zinnetjes als terzijde bij mijn aantekeningen over dat stuk van zijn reis. Deze korte tekst diende voor mij als premisse voor het stuk.

Mensen doen nooit wat ze echt willen.
Uit angst om te falen.
Ze kiezen voor wat de grootste kans op succes geeft.
Mensen willen altijd dat wat ze niet hebben.
Ze willen dat er iets te wensen over blijft.

Het was voor het eerst dat ik een theatertekst schreef op basis van non-fictie materiaal. Met mijn loodgieter heb ik een intensief jaar achter de rug. Ik weet hoe hij praat en redeneert, hoe hij zich presenteert, wat zijn twijfels zijn. Ik denk dat het stuk eigenlijk geboren werd toen hij zich eens liet ontvallen dat hij soms genoeg had van zijn rare reis, dat hij het liefst een gewone burgerman wilde zijn en een rustig leven wilde leiden. Is dat niet eigen aan ieder dramatische personage? Voorbestemd zijn voor grote, opmerkelijke daden, maar altijd voorzien zijn van twijfel, een tegenkracht.
En als zo iemand dan op reis ook nog mensen tegenkomt die een vergelijkbare dubbelheid in zich dragen, dan is de blauwdruk voor een toneelstuk compleet.

Fragment:
Alice staat te wachten voor haar ouderlijk huis. De loodgieter komt op.
LOODGIETER
Madame?
Ik heb mijn paard even verderop uitgespannen op het veldje naast uw huis.
ALICE
Mademoiselle.
Ze is er niet.
LOODGIETER
Wie is er niet?
ALICE
Ze is naar een bevalling.
LOODGIETER
U kunt me vast ook helpen. Ik wilde vragen…
ALICE
U moet mijn moeder hebben. De dierenarts
LOODGIETER
Dierenarts!
ALICE
Dat zei ik.
LOODGIETER
Wat prachtig.
Kijkt even dankbaar naar boven.
Verontschuldigd u mij. Ik heb haar nodig. Het is urgent, denk ik. Mijn paard heeft al twee dagen niet gepoept. Twee dagen. Ik ben bang dat het afgelopen is.
ALICE
Een koliek kan dodelijk zijn.
LOODGIETER
U heeft er ook verstand van.
ALICE
Ik rijd paard.
LOODGIETER
Er zijn zoveel mensen die met een paard op stap gaan, maar van toeten noch blazen weten.
ALICE
Mijn moeder is de dierenarts.
LOODGIETER
Ik heb eigenlijk ook geen verstand van paarden. Toen ik hem kocht wist ik niets. Alles wat ik weet heb ik al doende geleerd.
ALICE
Ik assisteer haar vaak.
LOODGIETER
Ik zou u heel dankbaar zijn als u me verder kon helpen. Ik ben maar een eenvoudige reiziger.
ALICE
Is dat uw wagen, daar verderop?
LOODGIETER
Ik ben met mijn kar en mijn paard op weg naar het Beloofde Land.
ALICE
Waar komt u vandaan?
LOODGIETER
Wacht…
Haalt een ansichtkaart tevoorschijn en geeft die af
Deze mag u houden.
ALICE
Waar is die foto genomen?
LOODGIETER
In mijn stad. In het Kronenburgerpark. In Nijmegen. Het zal u niets zeggen. Het is de oudste stad van Nederland, een Romeinse stad. Ik ben over Romeinse wegen hierheen gereden.
ALICE
U bent ver van huis. Helemaal met kar en paard.
Is dat uw vrouw naast u op de bok?
LOODGIETER
Zij is het eerste deel nog met mij meegereisd. Maar ze kon niet zo lang weg zijn. Het huis. De kleinkinderen. Haar klerenkast.
ALICE
Ik begrijp het helemaal.
LOODGIETER
Wanneer komt uw moeder terug?
ALICE
Als ze klaar is.
LOODGIETER
Is er iets dat we kunnen doen? Kunt u mijn paard niet helpen?
ALICE
Ik ben geen dierenarts.
LOODGIETER
Maar u heeft verstand van paarden. En u heeft uw moeder vaak geholpen. U weet vast precies wat er moet gebeuren.
ALICE
Ik wacht op mijn vriend. Ik wacht hier tot hij er is. Als hij er is kan ik de emmers met glycerine klaar zetten.
LOODGIETER
Glycerine
ALICE
Dat moet ze met een slang door zijn neus gieten. Eerst zijn maag leeghevelen en dan veel glibberige glycerine er in, in de hoop dat het allemaal loskomt.
LOODGIETER
Ik ben u zo dankbaar.
ALICE
Ik zet het alleen klaar. Ik ga niet met mijn arm in zijn achterste.
LOODGIETER
Met je arm in zijn achterste!
ALICE
Er helemaal in. Proberen bij de koliek te komen. Wroeten tot alles los zit. Doe ik niet.
LOODGIETER
Het is een dankbaar vak, dierenarts.
ALICE
Ik ben manicure.
LOODGIETER
Ook een prachtig vak. Zelf ben ik loodgieter. Aan mijn handen kan niemand meer iets doen. Ik heb altijd grote, grove handen gehad. Ik was ze altijd goed, maar het weer zit er in. Dat gaat er nooit meer uit. Komt door het eelt en de diepe kloven. Sommige groeven blijven zwart hoeveel ik ook boen met een nagelborstel.
ALICE
U hebt grappige handen. Ik vind dat echte handen voor een man. Vierkant, met brede vingers, die altijd een beetje uit elkaar staan. Als een stripfiguur. Mickey Mouse. Mijn vader heeft dat ook. Die werkt ook met zijn handen.
LOODGIETER
Wat doet uw vader?
ALICE
Hij is schilder.
LOODGIETER
Ook een mooi vak. Hij werkt net als u met kwasten en kleuren. En met zijn handen. Bent u daarom manicure geworden?
ALICE
Ik ben manicure geworden omdat ik dat leuk vond.
LOODGIETER
Dat is prachtig, als je kunt doen wat je leuk vindt. Zoveel mensen doen werk waar ze eigenlijk een hekel aan hebben.
ALICE
Vindt u uw werk leuk?
LOODGIETER
In het begin vond ik het verschrikkelijk. Mijn vader was loodgieter, maar hij werd ziek en ik was de oudste zoon. Er was geen keus, er moest geld verdiend worden. Dus werd ik loodgieter. Tegen mijn moeder en mijn zussen heb ik gezegd: ik doe het twee jaar. Als ik het dan nog niet leuk vind, schei ik er weer mee uit.
ALICE
En toen vond u het leuk.
LOODGIETER
Ik heb het leuk gemaakt. Uiteindelijk. Lang heb ik niet op school gezeten. Met lezen en schrijven heb ik altijd moeite gehad. Mijn broers en zussen hebben allemaal gestudeerd. Die zijn directeur of professor. Ik ben loodgieter. Als loodgieter heb je geen status, maar juist dat maakt mijn vak aardig. Niemand hoeft zich tegenover de loodgieter groot te houden. Ze hebben allemaal dezelfde verstopte afvoer. En dan kan je praatjes maken. Met de dokter en de professor en de advocaat en de notaris en de kunstenaar en de priester en de arbeider en de vluchteling en de etcetera etcetera. Praatjes maken en mijn vak goed uitvoeren. Zo heb ik het leuk gemaakt.
ALICE
Ik houd wel van praatjes maken.
LOODGIETER
Het helpt enorm als je plezier haalt uit het contact met je klanten. Dat is de helft van de lol. Zolang je daarnaast maar eer van je werk hebt, dat ze de zaak uitlopen met de mooiste handen van Frankrijk. Als dat niet zo is, helpt geen praatje er meer aan.
ALICE
Ik hoop dat mijn vriend zo komt.
LOODGIETER
Hopelijk komt uw moeder zo.
ALICE
We gaan straks barbecueën.
LOODGIETER
Dan heeft uw moeder helemaal geen tijd voor mijn paard.
ALICE
Mijn vader kookt. Altijd. Ik zou broodmager zijn als in mijn jeugd het koken van mijn moeder had afgehangen. We barbecueën, zelfs als mijn moeder tot diep na middernacht met haar vuisten in het achterste van uw paard zit.
LOODGIETER
Ik weet hoe het is. Je kunt altijd weggeroepen worden. Ik weet hoe het is. Als de woonkamer blank staat, moet ik op komen draven. Bij nacht en ontij. Weer of geen weer. Ik weet hoe het is. Ik bewonder uw geduld.
ALICE
Ik heb geen geduld. Maar als kind heb je geen keus.
LOODGIETER
Als kind kun je er niets aan doen. Als volwassene ook niet veel. Mijn kinderen zullen er ook wel onder geleden hebben.
ALICE
Mijn vader is dol op barbecueën. We barbecueën de hele zomer. Vlees, vlees en meer vlees. Mijn vader is er goed in. Het vlees is mals. Gaar als het gaar moet zijn. Rosé als het mag. Een beetje fumé, maar nooit geblakerd.
Mijn vriend is vegetariër. Het is de eerste keer dat hij komt eten.
LOODGIETER
Een bijzondere ontmoeting.
ALICE
Het wordt gezellig. Heel gezellig. Iedereen voelt zich opgelaten en een beetje ongemakkelijk. Iedereen doet z’n best. Echt z’n best.
Een misverstand. Een ongemakkelijke stilte. Een beetje wrevel. Meteen daarop sussende woorden. Een vriendelijke lach. Nog wat wijn. Meer wijn. Nog wat eten. Meer eten.
En achteraf krijg ik te horen hoe het echt was. Mijn ouders die dan zeggen dat hij vast heel aardig is, maar dat het mijn type niet is.
En hij roept dan alleen maar dat mijn vader zo’n gezellige man is. Dat je zo met hem kan lachen. Ik weet dan genoeg.
Loopt hij altijd in zijn onderbroek, vraagt hij dan. Nee. Natuurlijk niet. ’s Ochtends loopt hij in zijn nakie door het huis. En als we naar de kerk gaan trekt hij een broek aan. Meestal heb ik ze dat van te voren ook allemaal verteld. Maar zo’n jongen zit dan alleen maar naar mijn – lippen – te staren en denkt het zal mijn tijd wel duren, als ik er zo maar op mag.
Ik denk dat het deze keer anders gaat. Het is deze keer echt. Met Valk gaat het dieper en verder dan ik ooit heb meegemaakt. Ik ben nu meer volwassen. Ik verwacht meer van hem. Hij is minder perfect. Dat klinkt misschien raar dat ik dat zeg, maar ik weet dat hij niet perfect is. Dat maakt het verschil. Bij mijn vorige vriendjes dacht ik: dit is het helemaal. Zalig. Perfect. En dan liep het altijd op niets uit. Ze waren helemaal niet lief. Of stoer. Of leuk. Of diepzinnig. Of spannend. Ze waren een beetje saai. Of stom. Of laf. Of lamlendig. Of zelfs gemeen.
Bij Valk dacht ik meteen: hij is niet perfect. Maar hij is wel heel leuk. En lief. Of nee: ik dacht, hij kan heel lief zijn. Hij is het niet altijd, maar als hij wil en als ik wil, dan kan het werken. Dan zijn we misschien wel voor elkaar gemaakt.
Valk en ik, wij willen allebei en dat is het belangrijkste.
Ik moet hem nog een beetje kneden natuurlijk.
Waarom vertel ik u dit allemaal?
Stilte.
LOODGIETER
Ik reis morgen weer verder.
ALICE
Met uw paard?
LOODGIETER
Bij wijze van spreken. U vertelt. Ik reis verder.
ALICE
U moet ook komen.
LOODGIETER
Waarheen?
ALICE
Vanavond.
LOODGIETER
Dat is te kort dag.
ALICE
U moet eten.
LOODGIETER
Ik dacht: er is vast wel een winkeltje hier. Of een klein restaurant.
ALICE
Er is hier niets. Als u wilt eten heeft u geen andere keus.
LOODGIETER
Ik heb nog wat brood van gisteren in de wagen. Ik wil u niet ontrieven.
ALICE
U ontrieft ons beslist niet.
LOODGIETER
Misschien kan ik beter bij mijn paard blijven.
ALICE
U loopt mijn moeder alleen maar voor de voeten.
U kunt na de barbecue nog de hele nacht naast uw paard zitten.
LOODGIETER
U laat me geen keus.
ALICE
Nee. Als u niet wilt, zegt u gewoon nee. Als u echt niet wilt, dan hoeft het niet.
LOODGIETER
Nee, nee, ik ben vereerd, maar uw ouders, uw vader, misschien heeft hij er niet op gerekend.
ALICE
Hij haalt altijd veel te veel in huis.
LOODGIETER
En ik breng hem niet in verlegenheid? Als vreemde gast, een reiziger.
ALICE
Hij zal verheugd zijn. Hij heeft een zwak voor reizigers en vreemdelingen.
LOODGIETER
Akkoord. Ik zie er naar uit.
ALICE
U kunt mooi voor wat afleiding zorgen.
Als er pijnlijke stiltes vallen. En zo.
Stilte.
LOODGIETER
Verwacht u veel pijnlijke stiltes.
ALICE
Valk is zo nerveus. Ik dacht, ik wacht hem voor het huis op. Als hij alleen moet aanbellen weet ik niet of het goed komt.
LOODGIETER
Of het gepast is op uw uitnodiging in te gaan, ik weet het toch niet. Uw vriend, die voor het eerst bij zijn schoonouders op visite komt. Hij voelt zich al zo opgelaten en dan zit ik daar ineens.
ALICE
Een reiziger. Een pelgrim. Met een ziek paard. U bent perfect. U zult mijn vader er aan herinneren hoe gastvrij hij altijd wil zijn. En voor Valk en mij bent u een rots in de branding.
LOODGIETER
Maar…
ALICE
Ik wil er verder niets over horen. U eet mee.

LOODGIETER
Ik wil…
ALICE
Nee. Houd uw mond.
LOODGIETER
Wat ik…
ALICE
Fini.
LOODGIETER
Akkoord. Akkoord. Ik kom. Ik zal er zijn.
ALICE
Mooi.
LOODGIETER
Ik vroeg me alleen af of uw vriend daar verderop staat te wachten. Een jongeman drentelt daar al even en tuurt deze kant op.


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
login