THEATERTEKSTEN

Auteursbond-theaterteksten
is een project van de
Auteursbond, de
beroepsorganisatie
van (toneel)schrijvers en
vertalers in Nederland.
Het omarmen van een paard
door Marian Boyer - 1992
PDF   AUTEUR
TEKSTEN VAN DEZE AUTEUR

Trefwoorden: familiebanden, thriller-elementen, klassieke opbouw
Thema: Familiedrama
Genre: Drama/toneelspel

Synopsis:
Vier ontwortelde mensen zijn tot elkaar veroordeeld in een verlaten bergdorp. De motieven om zich van de stad af te keren verschillen, maar het noodlot nooit meer gehecht te raken sleurt hen allen mee. Overleven is een kunst die niet voor iedereen is weggelegd.

Samenvatting:
Het avondvullende familiedrama speelt zich af in de dagen rond de jaarwisseling. Ondanks de rituele feestelijkheden die op komst zijn is de arts Ward Altman niet in staat zich los te maken van zijn schuldgevoel: hij stelt zich verantwoordelijk voor de dood van zijn vrouw en hun zoontje. Zij kwamen bij een vliegtuigongeluk om het leven. Sindsdien leeft hij teruggetrokken in het oude vakantiehuis van zijn ouders. Zijn zus Félice bezoekt hem daar, deels om uit te rusten van haar hectische baan in de stad. Als politica voelt zij zich falen, en zij verlangt terug naar de eenvoud van haar jeugd. Met Ward probeert ze de verhouding broer/zus te herstellen.
Luce Vorland en haar pleegzoon Daan horen, als oorspronkelijke bewoners, nog bij het oude land. Luce is een boerin die altijd alleen heeft geleefd. Zij heeft de zorg voor Daan op zich genomen tegen wat kostgeld, en omdat niemand anders het jong wilde hebben. Daan heeft zijn criminele verleden nog maar pas achter zich – en de vraag blijft of dit definitief is. Ward zet de jongen in voor een klus waarbij, tegen voldoende betaling, zijn eigen zelfmoord wordt gegarandeerd. Als de tafel voor het oudjaarsdiner gedekt is ontdekken Félice en Luce wat er zojuist gebeurd moet zijn.

Fragment:
PERSONAGES:
Luce Vorland:
boerin, handelaarster, oudste bewoonster van het dorp
Daan Klein:
neef en pleegzoon van Luce Vorland; los-arbeider en klusjesjongen
Félice Altman:
ex-politica, 40 jaar, nu zonder beroep, woonde als kind in het dorp; bezoekt haar broer Ward
Ward Altman:
oudere broer van Félice; arts zonder praktijk, leeft teruggetrokken in het dorp.
PLAATS VAN HANDELING:
Een vervallen bergdorp. De boerderijen zijn grotendeels verlaten. In het dal beneden ligt de stad met de schoenenfabriek.
Ward bewoont sinds kort de vroegere boerderij van zijn ouders, waar hij en Félice zijn opgegroeid en dat nadien is gebruikt als vakantiehuis voor hem en zijn gezin.

Het stuk speelt zich af in de dagen tussen kerst en oud-en-nieuw.
DEEL 1/ 29 DECEMBER
I.1
LUCE VORLAND:
Ik woon hier boven het dal
Er is vaak mist en er hangt op nachten als deze -
als de wind aan deze kant staat van de berg die wij Berg noemen - op nachten als deze hangt er een wal van geluid die van beneden komt
Beneden hebben ze een fabriek die schoenen uitspuugt en die al twaalf doden heeft gekost
Voor iedere dode hangt één paar schoenen
aan een strakgespannen staaldraad die
aan de poort is bevestigd
Niemand weet wie met die gewoonte is begonnen
en niemand weet wanneer de draad vol zal zijn
De directie vindt het een 'mooie reklame'
voor de weinige toeristen die hier komen
Het zijn slechte schoenen
van jaar in jaar uit hetzelfde model
met een ritssluiting die de wreef afknelt
maar ze zijn goedkoop en ze veranderen niet
Voor de stad zijn ze ongeschikt
Dat weet ik omdat de stadse ogen beneden
mijn schoenen bekijken
ze kijken naar mij en mijn schoenen
en dan draaien de ogen weg
naar hun eigen schoenen
zodat ze
opgelucht verder kunnen lopen
Misschien kijken ze even
in de zonbeschenen etalage
en zien de stadse ogen zichzelf en zijn ze erg gerustgesteld -
ikzelf vind etalages niet interessant
Deze jurk is geschikt voor zowel de stad als
het land als het gebied daartussen
Het is een handige jurk omdat zij verandert
In de winkels beneden kom ik niet
omdat ze daar jurken hebben die
niet veranderen kunnen - ik zou dan herkenbaar zijn als een arbeidersvrouw of een burgemeestersvrouw of een café-eigenaresse
en dat wil ik niet
Ik moet snel kunnen opereren en op kunnen lossen in een massa of in een landschap
of in het gebied daartussen
Ik wil niet dat de mensen mij herkennen
en aanwijzen met vingers die op dooie houtjes lijken en zeggen 'kijk dat is Luce Vorland, getikte boerin' Alsof dat mijn beroep is
DAAN KLEIN:
Shit
shit
godverdomme
er is hier goddomme niks dan rotzooi en ouwe kankertroep
Ik zeg nog tegen die ouwe lul 'gooi die kankerzooi het water in met al die fotootjes - met al dat ouwe klerespeelgoed waar toch niks compleet van is - al die kisten vol met zure kwijllappen en ouwe poepbroeken - zo de plomp in' - ik heb het hem verdomme nog aangeboden ook en hij heeft het verdomd - hij heeft het godverdomme verdomd en door die gore rot troep staat nou de hele klerekelder onder water omdat ik door die kankerrotzooi niet bij de leidingen kan - ik kan goddomme niet eens bij de leidingen - wat moet ik nou - moet ik het nou laten lopen
LUCE:
Ja, water loopt toch naar beneden
nooit naar boven
Op een dag is het vanzelf weg
DAAN:
Jezuschristus - sla ik ook nog op m'n duim - kankertyfus
LUCE:
Heb je straks nachtdienst
DAAN:
JA IK HEB STRAKS NACHTDIENST
LUCE:
Neef Daan
van mijn nieuwe zus
Ik geloofde het niet
Die soldaat zat aan haar vastgekleefd
als een vlieg aan een rol plakband
Op dezelfde dag jarig als Hitler
zoiets geloof je niet
En zij maar onder die jarige Job liggen
Net zo lang tot hij er uit kwam
Toen hij hem zag heeft hij een zak meel genomen
en is weggegaan
Twee zakken meel samen die weg hier op
en geen van beiden ooit nog terug gezien
Twaalf jaar geleden is ze gestorven
mijn zogeheten zus
aan kanker
Het woord is een tijd uit de mode geweest
maar het woedt tegenwoordig bij hem in de mond zoals vroeger bij haar in de buik
Hij was acht toen het gebeurde en ik vijfendertig
en sindsdien zit hij aan mij vastgekoekt
als een soort schimmel
een paddestoel
ja een paddestoel met recht
zijn buien luiden de herfst als het ware in
's Zomers kwijnt hij weg
dan lijkt hij op warme modder
De lentes verdwijnt hij
dan zie je hem niet
Nu hebben we dan winter
de periode waarin hij zich hult in
twee spijkerbroeken
en een onheilspellend stilzwijgen
en streept hij de dagen af op een restaurantkalender
Zo gaat dat
jaar in en jaar uit en dat
die regelmaat
is meteen ook het enige betrouwbare aan hem
DAAN:
Ja hoor
LUCE:
Buiten de kring vervallen boerderijen - niet meer dan tien - woon ik
vanaf mijn vijfde
Dat is lang voor wie zo langzaam leeft als ik
Wie grondig leeft leeft langzaam
en weet van elk uur van de dag de kleur - die heeft geen kalender nodig
Maar soms ben ik een paar dagen kwijt
Als ik mijn ogen en mijn verstand heb vergeten te gebruiken
als ik in de bunker zit
waar ik veel kwam als kind
Het is niet best als ik daar ben
maar ben ik daar ineens - ik weet niet hoe
en dan zitten mijn ogen vast en mijn stem
Dan weet ik dat ik uit moet kijken
dat ik niet weer terechtkom
in de tijd waarin ik nog
mijn eigen moeder kon ruiken
mijn broers en mijn echte zus
Mijn moeder - hoe die rook
Ik wist al dat zij niet terug zou komen
om ons mee naar huis te nemen
Het oude huis in het oude land
waar het barstte van de rivieren
Ik wist het ergens al
heel ver weg
ergens hierbinnen
Dat mijn familie en de rivieren alleen nog in mijn hoofd zouden bestaan
Ik kan u wel zeggen dat dat een hels lawaai geeft

Ik had misschien mijn eigen naam weer kunnen aannemen
of mijn eigen kleur haar
De bunker hebben ze geprobeerd op te blazen
Misschien was dat beter geweest
maar wie probeert bij de bunker of bij mijn huis te komen
schiet ik neer


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
login