THEATERTEKSTEN

Auteursbond-theaterteksten
is een project van de
Auteursbond, de
beroepsorganisatie
van (toneel)schrijvers en
vertalers in Nederland.

privacy verklaring

Kopvoeter
door Esther Gerritsen - 2007
PDF   AUTEUR
TEKSTEN VAN DEZE AUTEUR

Trefwoorden: liefde, handicap, humor, kunst
Thema: Liefde
Genre: Drama/toneelspel, Tragikomedie

Synopsis:
Lena is een beroemd kunstenares, maar verlamd vanaf haar nek. Voor de buitenwereld houdt ze haar handicap verborgen en binnenshuis leeft ze een perfect georganiseerd bestaan met een gehoorzame zus, en verpleger. Een nieuwe postbode gooit haar beschermde leven overhoop.

Samenvatting:
Lena is vanaf haar nek verlamd en kunstschilderes. Lena wil niet dat iemand weet dat zij alles met haar mond schildert, en is voor de buitenwereld een mysterieuze kunstenares, van wie niemand ooit een portret zag. Lena woont samen met haar jongere zus Roza, die haar woordvoerder is in de kunstwereld en die samen met haar verpleger, Kristof, voor haar zorgt.
Lena beheerst de mensen om haar heen, zelfs de postbode die haar enige contact is met de buitenwereld. Totdat de vaste postbode tijdens zijn vakantie vervangen wordt door een botte jonge man, die Lena’s perfect georganiseerde wereld verstoort. Hij beledigt haar en maakt haar bang. Maar Lena vindt het geweldig. Hij is een grotere uitdaging dan Kristof en Roza, die toch wel doen wat zij zegt.
De postbode bemoeit zich met Lena’s leven en wringt zich tussen de intieme relatie van Lena en haar verpleger. Dat blijkt een bedreiging voor Kristof te zijn, die meer blijkt te zijn dan alleen een verpleger en van Lena houdt. Hij probeert Lena zijn gevoelens duidelijk en bekent nog maar één patiënt te hebben: Lena. Lena schrikt en verzint een relatie met de postbode, zelfs een zwangerschap, om Kristof op afstand te houden.
Ondertussen voelt de jongere zus Roza, die op een kinderlijke wijze verliefd op Kristof is, zich genegeerd. Als Roza op televisie haar zus moet vertegenwoordigen, omdat er een tentoonstelling van Lena in het stedelijk museum wordt geopend, barst ze live op televisie in tranen uit en vertelt alles. Alles waarvan Lena dacht dat ze dat privé kon houden.
Lena blijkt niets meer in de hand te hebben. Ook de postbode die ze uiteindelijk betaalt om in haar buurt te blijven (zodat ze tenminste van één persoon zeker weet waarom hij bij haar is) kan ze niet beheersen. Deze stort zich op haar zus Roza, die zich wanhopig vastklampt aan de eerste persoon die haar niet negeert. Dit tot grote angst van Lena, want als de postbode en Roza er samen vandoor gaan, blijft ze alleen achter met Kristof, en zal ze zich moeten verhouden tot iemand die van haar houdt en dat beangstigt haar.

Fragment:
Lena in een rolstoel. Beugels houden haar lichaam overeind. Ze kan alleen haar hoofd en hoogstens een paar vingers bewegen. Een stellage naast haar met een schilderij. Ze heeft een kwast in haar mond. Kijkt de mensen aan met die kwast in haar mond. Spuugt de kwast uit, agressief. Kijkt naar waar de kwast terechtkomt. Onbereikbaar voor haar.
1
Lena Optimisme. … Kan natuurlijk. Ja. Dat je daar last van hebt. Van chronisch optimisme. Kan.
Waarom niet? Iedereen heeft wel iets. Ik zal dat iemand niet snel verwijten. Ik zal het iemand niet kwalijk nemen als hij voor elk probleem een oplossing ziet. Hoe kan ik daar iets op tegen hebben? Zeker niet als iemand dit optimisme als een privé-zaak beschouwt. Ik vind het niet erg, als iemand in de beslotenheid van zijn eigen geest, elke nieuwe dag vol vertrouwen tegemoet ziet. Ik heb helemaal niets tegen gangoptimisten. Mensen die op verjaardagsfeestjes mee knikken als er geklaagd wordt, beamen dat het allemaal alleen maar minder wordt, maar als ze op de gang staan, in klein gezelschap best durven toegeven dat ze zelf erg gelukkig zijn, zeer tevreden met het leven en eigenlijk het kwaad niet zien. Optimisme beschouw ik als iets heel persoonlijks, waar je niet al te openlijk over zou moeten praten. Net zoals ik niet geïnteresseerd ben in de details van het seksleven van mijn vrienden, heb ik ook graag dat ze hun eventuele vertrouwen in het leven voor zich houden. Hun overtuiging dat hen niets ellendigs zal overkomen, gun ik ze, maar ik hoef er niets over te horen. Waar mijn tolerantie zijn onverbiddelijke grens bereikt, is waar het optimisme gepaard gaat met zendingsdrang. Bekeringsdrift. Redders! En bij het woord ‘redders’ had ik graag een wanhopig gebaar met mijn armen willen maken. Maar ja. Hè?

Ik ken een man zonder armen die de wereld af reist en grote zalen mensen toespreekt over zijn geluk. Hoe je overal iets positiefs uit kan halen. Dat een lichamelijke handicap eigenlijk een lichamelijke uitdaging is. Je kent het wel. … Mensen hebben respect voor deze man. Ze noemen hem ‘dapper’. Dapper. Alsof hij op een dag zelf zo stoer is geweest om die twee armen er af te laten hakken en vervolgens eens even laat zien dat het prima te doen is, zo zonder twee van zijn extremiteiten. … Dat de man weinig keus heeft, dan te laten zien dat er leven mogelijk is zonder armen, daar zullen we het maar niet over hebben. We moeten de man maar op zijn woord geloven als hij zelfs beweerd dankbaar te zijn voor zijn handicap. We kunnen het niet controleren of wel?

Ik begrijp de man wel. Maar natuurlijk. Het is tenslotte de enige heldenrol die voor de gehandicapte is weggelegd. De ondanks alles optimistische drager van zijn lot, die de mensen laat zien dat zelfs iemand in zulk een deplorabele toestand er iets van kan maken. Zodat iedereen kan denken: Wat heb ik dan nog te zeuren, als zelfs dit beklagenswaardige figuur overal het positieve van inziet. … Geloof me, niets schrikt de mensen meer af dan een zieke die klaagt. Een gehandicapte die het leven onverdraaglijk vindt. … Als je een doorsnee gezond mens bent met een vreselijk karakter, dan kunnen de mensen om je heen zonder gewetensnood een hekel aan je hebben. Hoeven ze niet over in te zitten. Maar als iemand als ik, in mijn toestand, klaagt en het leven verafschuwt, dan hebben de mensen om mij heen een probleem. Omdat ze denken: ja, dat begrijp ik wel. Ik moet er ook niet aan denken, zo’n leven. En die gedachte bevalt de mensen niet. We willen niet weten dat er ongelukkige mensen om ons heen zijn en dat we hen dat ongeluk niet zelf kunnen verwijten.

Christopher Reeve, die acteur die Superman speelde, viel op zijn tweeënveertigste van zijn paard, kwam verkeerd neer, en raakte vanaf zijn nek verlamd. Leefde nog negen jaar. Negen jaar waarin hij stad en land af reisde om te pleiten voor meer geld voor medisch onderzoek. Was ervan overtuigd dat er een genezing mogelijk was voor zijn handicap. Schreef twee boeken. Een van de titels: ‘Niets is onmogelijk.’ … De man kon niet lopen. Dan man kon niet zitten. De man kon zijn darmen niet gebruiken. De man kon niet langer dan een half uur zelfstandig ademhalen. Schrijft een boek met de titel ‘Niets is onmogelijk’. … Niets is onmogelijk. Ironisch? Pijnlijk? Bewonderenswaardig?

Hij sliep met metaalstroken om zijn voeten om ze rechtop te houden. Zodat zijn pezen niet zouden verschrompelen, waardoor hij ze nog zou kunnen gebruiken op de dag dat er een oplossing voor zijn handicap werd gevonden. Sliep met metaalstroken om zijn armen en vingers om alles in natuurlijke positie te houden. Voor het geval hij deze spieren ooit weer nodig zou hebben. … Ik moest daarvan huilen toen ik dat las. … Ik las over zijn ongeluk. Geen tranen. Las over zijn pijn, de complicaties, zijn gezin. Geen tranen. Maar van die metaalstroken om zijn lichaam, daar moest ik van huilen. Van dat optimisme.

Niets is onmogelijk.

2
Kristof - in verplegers uniform - zingt een vrolijk lied. Type volksliedje. Lena zingt de refreinen mee. Melig. Alsof ze dit vaker doen. Na het laatste refrein zingt Kristof in zijn eentje nog wat variaties op het bekende refrein. Improviseert gewoon een eind weg dus. Manisch vrolijk.(Melodie op te vragen bij hobbyvolkszanger Gerritsen.)
Kristof Lena was een rijpe meid van rond de veertig jaren.
Maar ze was zo zuinig met haar zelf, ze wilde zich bewaren.
O Lena O Lena, waar wacht je nu nog op?
O Lena O Lena, de koek is bijna op.
Haar lichaam was een tempel en die tempel die zat dicht.
Ze wachtte op gepast bezoek, het was een ijdel wicht.
Ze was nog helemaal goed vond zij, dat was een groot geluk.
Want als je nooit ’s iets gebruikt, dan gaat het ook niet stuk.
Haar benen waren prima nog, er was niets aan versleten.
Ze waren nauwelijks gebruikt, want ze had alleen gezeten.
O Lena O Lena, waar wacht je nu nog op?
O Lena O Lena, de koek is bijna op.
Ze zwaait nooit naar je, loopt niet mee en geeft je nooit een hand.
Niet omdat ze dat niet wil, maar d’r pootjes zijn verlamd.
En als je met haar dansen gaat dan moet de accu mee.
En als je heel verstandig bent, een reserveband of twee.
Die wagen houdt het best lang vol, al is het ouwe meuk.
Want als de accu leeg is, nou dan duw je je een breuk.
O Lena O Lena, waar wacht je nu nog op?
O Lena O Lena, de koek is bijna op.
Het heeft wat om het lijf zo’n typ, maar dat is heus geen strop.
Want het allerergste van die meid, dat is die norse kop.
O Lena O Lena, het is die norse kop,
O Lena O Lena, dat is de grootste strop.
O Lena O Lena, je bent een stuk verdriet,
O Lena O Lena, dat wil een man toch niet.
O Lena O Lena, straks is het leven af,
O Lena O Lena, dan lig je in je graf.
O Lena O Lena, wat een zuinigheid,
O Lena O Lena, let op je houdbaarheid.
O Lena O Lena, de king said to his wife,
O Lena O Lena, wat is mijn people stijf.
O Lena O Lena, o lieverd nondeju,
O Lena O Lena, van je ajuu paraplu.
O Lena O Lena, wat lust je voor ontbijt,
O Lena O Lena, wat een gezelligheid.
O Lena O Lena, moet je eitje hallefzacht,
O Lena O Lena, is de koffie al gebracht?
O Lena O Lena, moet de stoel nou nog versteld,
O Lena O Lena, hier is je grote held.
O Lena O Lena, ik weet geen rijmpje meer,
O Lena O Lena, ik leg me erbij neer.
O Lena, O Lena -

3
Lena en Kristof.
Lena Kristof?
Kristof Ja Lena.

Lena Ben je blij?
Kristof (Blij) Waarom denk je dat?
Lena Het is een vermoeden.
Kristof Ik lach… mijn beroepslach.
Lena Dat gaat je erg gemakkelijk af, dat beroepslachen.
Kristof Ieder zijn talenten.
Lena Komt dat op de rekening? Zang en dans?
Kristof Beschouw het als een bonus.
Lena Toe maar. Het kan weer niet op hè.
Kristof Jij hebt het maar getroffen met je personeel.
Lena Dus dit zit niet in het standaardpakket?
Kristof Niet iedere cliënt waardeert mijn talent.
Lena Dus jij hebt het vooral getroffen, met je werkgever.
Kristof Er is geen dag dat ik me daar niet bewust van ben.
Lena Beroepsvleierij?
Kristof Ik versta mijn vak.
Lena Het is gezien.
Kristof Dat doet me deugd.
Lena Dat mag ook wel.
Kristof Dat weet ik toch.
Lena Dan is het goed.
Kristof Gelukkig maar.
Lena Nou en of.
Kristof Zit je goed?
Lena Zeg jij het maar.
Kristof Volgens mij zit je goed.
Lena Dan blijf ik zo zitten.
Kristof Heel graag.
Lena Ik doe het voor jou.
Kristof Je bent te goed.
Lena Maar niemand ziet het.
Kristof Ik zie het.
Lena Daar word je ook voor betaald.
Kristof Maar vraag me niet hoeveel.
Lena Ga je klagen?
Kristof Zou niet durven.
Lena Je zou het niet kunnen.
Kristof Ieder zijn talent.
Lena Ben je druk?

Kristof Zie ik er druk uit?
Lena Vandaag. Ben je druk vandaag?
Kristof Waarmee?
Lena Dat vraag ik je.

Kristof Staat je goed. Die trui.
Lena O kijk uit, daar gaat je geloofwaardigheid.
Kristof Waarom?
Lena Die trui heb jij mij zelf aangetrokken.
Kristof Nou en?
Lena Dat is alsof je jezelf complimenteert met je kledingkeus.
Kristof Nee hoor. Ik zeg gewoon dat je er leuk uitziet met die trui aan.
Lena Beroepscomplimenten?
Kristof Nee, deze was niet van de zaak, maar namens mijzelf.
Lena O.
Kristof ‘Dank je, Kristof.’ Zeg je dan.

Lena Heb je haast?
Kristof Ik hoef nog niet weg.
Lena Je hebt meer patiënten.
Kristof ‘Cliënten’, zeggen wij.
Lena Moeten jullie weten. Ik zeg patiënten.
Kristof Wat jij wilt.
Lena De klant is koning.
Kristof U vraagt, wij draaien.
Lena Mijn kwast.
(Kristof raapt haar kwast op.)
Kristof Je moet ‘m niet uitspugen.
Lena Dat moet wel.
Kristof Dat moet niet.
Lena Dat moet soms.
Kristof Dat moet helemaal niet, dat wil je.
Lena DAT MOET KRISTOF DAT MOET!
Kristof … Komt je zus?
Lena Wat moet je met me zus?
Kristof (Gegeneerd) Ik moet niks met je zus, dat weet je.
Lena Ik vind het best hoor, het is een leuke meid. Niet zo slim, maar ja, het is maar net wat je zoekt
in een vrouw.
Kristof Ik moet niks met je zus. Wil je erover ophouden?
Lena All work and no play makes Jack a dull boy.
Kristof Hou je op?
Lena Ze is de krant halen. Komt zo.
Kristof Ben je nerveus?
Lena Voor de tentoonstelling?
Kristof Is toch niet raar?
Lena Ik ben niet nerveus voor de tentoonstelling.
Kristof Zou niet raar zijn.
Lena Ik ben niet nerveus.
Kristof Ik zou nerveus zijn.
Lena Ja, en ik zou nerveus zijn als ik een wildvreemde zou moeten wassen. (Lacht.)Hé, Kristof, ik
zou zelfs nerveus zijn als ik mezelf zou moeten wassen!

Kristof … Jij herinnert je toch nog wel hoe het was, voor je ongeluk?
Lena Ik maakte een grap.
Kristof Ja, dat weet ik, maar ik stel een vraag.
Lena Als ik een grap vertel dan moet je lachen. Geen vragen stellen.
Kristof … Mijn fout.
Lena Ja.
Kristof Als je zus er is, ga ik.
Lena Sigaret.
(Kristof stopt een sigaret in haar mond en zorgt dat Lena kan roken. Hij haalt hem er na elke trek uit zodat ze de rook goed kan uitblazen. Af en toe neemt hij zelf een trek).


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
login