THEATERTEKSTEN

Auteursbond-theaterteksten
is een project van de
Auteursbond, de
beroepsorganisatie
van (toneel)schrijvers en
vertalers in Nederland.

privacy verklaring

Door jou (Of: Een nieuw toneelstuk van Peter Witjes)
door Esther Gerritsen - 2006
PDF   AUTEUR
TEKSTEN VAN DEZE AUTEUR

Trefwoorden: liefde, humor, kunst, relaties, toneel
Thema: Relaties
Genre: Drama/toneelspel, Tragikomedie

Synopsis:
Anne is toneelschrijfster en Johan is acteur. Ze zijn best gelukkig samen. Als ze niet al te diep op de zaken ingaan. Op een avond komt er een jonge toneelschrijfstudent op bezoek en ontspint zich een relatiedrama waarin de jonge toneelschrijfstudent een dankbare rol speelt.

Samenvatting:
Anne is toneelschrijfster en Johan is acteur. Ze zijn best gelukkig samen. Al had Johan misschien wel kinderen gewild, maar leeft Anne graag in de overtuiging dat ze beiden voor een leven in dienst van de kunst hebben gekozen. Ook al vindt Johan zijn vele rollen in blijspelen interessant en bewonderenswaardig maar neemt Anne zijn werk niet al te serieus. Maar meestal zijn ze het over alles eens. Vooral als ze het over andere mensen kunnen hebben. Als de jonge toneelschrijfstudent Peter Witjes op bezoek komt, hebben ze hem en zijn werk, al voor hij komt, gezamenlijk belachelijk gemaakt. Anne bereidt zich vermoeid voor, wanhopig op zoek naar een positieve inbreng. Johan daagt haar uit om nu eens eerlijk te zijn, en beschuldigt haar van hypocrisie. Opgejaagd door Johan, en geïrriteerd door de niet al te bijster ogende student die aan hun keukentafel plaats neemt, laat Anne zich eens helemaal gaan. Als was ze een personage in een van haar eigen stukken, zo draaft zij door als zij de schrijfmotieven van de jonge student vergelijkt met de drijfveren van de nazi’s. Als de jongen zich niet verweert maar slechts verontschuldigend het huis uit vlucht, komt Anne tot inkeer en slaat al snel de paniek toe. Dus dat gebeurt er, als ze eerlijk is. Wat heeft ze de student aangedaan? Wat zegt dit over haar? Ze geeft Johan de schuld, die haar heeft opgestookt. Maar Johan neemt het allemaal niet zo serieus. Als even later de student terugkomt omdat hij zij ov-jaarkaart heeft laten liggen, wordt hij door Anne en Johan het huis en hun leven ingesleurd. Anne verontschuldigt zich duizendmaal en eist door de jongen te worden vrijgepleit. Johan relativeert alles, en sluit een bondje met Peter om samen met hem de aanval te openen op Anne die alles zo serieus neemt. De student blijkt wat minder timide dan hij leek, en bemoeit zich naar harte lust met de levens van Anne en Johan, en langzamerhand veranderen alle betekenissen die Johan en Anne aan hun relatie hadden toegekend.

Fragment:
PERSONAGES
Anne toneelschrijfster
Johan komediespeler, man van Anne
Peter Witjes toneelschrijfstudent


Anne
(Met stapel papieren in haar hand.)
“Het leven van Maria Jantje en Joachim Lotjebroek in vijf bedrijven.” Een nieuw toneelstuk van Peter Witjes.
Johan
Wie is Peter Witjes?

Anne
Een fan.
Johan
Een fan van wie?
Anne
Van wie denk je?
Johan
Ga je dat lezen?
Anne
Heb ik al gedaan.
Johan
Is het goed?
Anne
Maar natuurlijk zijn er vele goede aspecten in te ontdekken. En waarom zijn die er in te ontdekken? Omdat Peter Witjes binnen enkele minuten bij ons aan de keukentafel zal zitten, en ik Peter Witjes iets zal moeten bijbrengen zonder hem alle hoop te ontnemen.
Johan
Zo slecht?
Anne
Zo praten wij niet over leerlingen.
Johan
Zo slecht dus.
Anne
Potentie kunnen zien. Potentie kunnen ontdekken.
Johan
Potentie kunnen verzinnen.
Anne
De hele dag in mijn eigen werk verdwijnen en alleen maar zoeken naar dat wat anders moet. Alleen maar de onvolkomenheden zien en oplossen. Tot ik niet meer anders kan kijken, en alles in het leven een optie wordt; een basis waaraan gesleuteld moet. ‘Leuke vrouw als ze d’r haar anders zou dragen. - Mooie kerk als die nieuwbouw er niet aan vast zat. - Leuke wijk als je die straat even wegdenkt. - Leuk stel als we ze niet zo vaak zouden zien.’ Alles optioneel. En ik maar werken, verbouwen, verbeteren, aanpassen. Doodmoe. En dan – doodmoe - komt De Leerling, en eist de didactische etiquette dat ik ga benoemen wat ik mooi vind. Complimenteren! Als ik al dacht dat ik van al dat verbeteren moe werd, moet ik gaan complimenteren! Mensen luisteren niet naar je, als je ze niet eerst complimenteert. De noodzakelijke omweg naar verbetering. Natuurlijk. Ook de evolutie gaat niet rechtstreeks. Ook de evolutie kent zijn omwegen, toevallige bijverschijnselen, zinloze overblijfselen. Opbouwende kritiek: ‘Wat leuk, al die korte zinnen die je schrijft, en wat vreselijk leuk zou het zijn als je ze wat langer maakte.’
Johan
Zulke dingen moet je ’s zeggen in een interview.
Anne
Ik hou daar niet van. Dat negatieve.
Johan
Maar je bent er zo goed in.
Anne
Je moet de dingen met liefde doen. Anders moet je het niet doen. Zeg ik altijd.
Johan
Ja, dat heb ik wel ’s gelezen ja.
Anne
Ik zie het niet! Ik lees het, maar ik zie het niet. Ik zoek. Ik doe mijn best. Ik sta… ooopen. Maar ik zie het niet! Ik doe iets niet goed. Ik mis iets. Het moet er zijn, maar ík zie het niet.
Johan
Nu komt het.
Anne
En ik zie het zo vaak niet. Zoveel geweldige zaken - als ik de mensen mag geloven - die maar langs mij heen gaan.
Johan
Ga door.
Anne
Ik zal het wel niet begrijpen. Dat moet het zijn.
Johan
Leugenaar.
Anne
Hij schijnt een groot talent te zijn. Zeggen ze.
Johan
Misschien vergissen Ze zich.
Anne
Misschien vergis ik me.
Johan
Dat denk ik niet.
Anne
Het is wellicht niet aan mij besteed.
Johan
Hypocriet.
Anne
Ik zeg iets heel redelijks.
Johan
Juist. Jij zegt iets redelijks en dat staat bij jou gelijk aan hypocriet.
Anne
Ik kan niet redelijk zijn?
Johan
Niet geloofwaardig.
Anne
Jij schijnt beter te weten wat ik vind dan ikzelf.
Johan
Ik hoor je toch.
Anne
Beter dan ik.
Johan
Je vindt het een klote stuk.
Anne
Het is heel beeldend. Het is heel heftig. Het is heel fysiek. Het is… beeldend. Het is…
Johan
Waarom verdedig jij wat jij slecht vindt?
Anne
Wie zegt dat ik het slecht vind?
Johan
Je vindt er geen zak aan.
Anne
Ik kan er niet zoveel mee, maar dat kan aan mij liggen.
Johan
‘Ik kan er niet zoveel mee.’ Alsjeblieft!
Anne
Die zouden toch voorradig moeten zijn, die complimenten! Die moeten toch ergens zijn. Ergens liggen die te wachten om door mij ontdekt te worden. Als de wíl er toch is, als mijn wíl zo groot is, dan moet het toch niet moeilijk zijn om die complimenten te vinden. Hoe kan het dan dat er – tegen mijn wil in – alleen maar afkeuring wordt gevonden? Alsof dat het enige is, dat altijd binnen handbereik is: afkeuring, walging, verveling.
Johan
Je keurt het af. Punt.
Anne
Ach laat ook, wat doet het er ook toe, dat ik het niks vind - Is het belangrijk?
Johan
Ja, dat vind jij héél belangrijk, wat jij ervan vindt! Dat is het probleem! Jouw eigen angst voor jouw allesvernietigende blik. Dat datgene dat jij afkeurt op zijn grondvesten zal trillen en in stukken voor je voeten uiteen zal vallen. Dat als jij op een dag de mens vervloekt, die gehele mensheid op de knieën valt en de hand aan zichzelf slaat: ‘Wij zijn niet waardig, wee ons, sterf!’
Anne
Nu lach je er nog om.
Johan
Jij leidt aan onbeschroomde zelfoverschatting. Nooit ’s een keer: ‘Ik vind het klote, goeiedag, ander onderwerp.’ … De wereld stort niet in als hij jou niet pleziert.
Anne
Ik neem het risico liever niet.
Johan
Ik zou het erop wagen.
Anne
Kijk uit wat je vraagt.
Johan
Ik waag het erop.
Anne
Ik niet. Ik wil dit niet, ik haat dit, ik haat dat ik zo’n stuk niet geloof. Ik wil dat serieus kunnen nemen, elke walgelijke scène serieus kunnen nemen. In janken uitbarsten!
Johan
Lul niet!
Anne
Ik zou wíllen geloven dat de schrijver het erg vindt. Dat wij het erg vinden! Geloven dat het zinvol is dat wij elkaar ellendige verhalen vertellen, over mensen die elkaar kapot maken. Ik wil geloven dat mij dat raakt. Ik wil dat mij dat raakt. Ik wil -
Johan
Wil je niet!
Anne
Ik hou van mensen die zitten janken in het theater. Ik hou van mensen die zeggen dat een boek hun leven heeft veranderd!
Johan
Maar je gelooft het niet.
Anne
Ik wíl het geloven. Ik hou niet van dit gehak altijd. Van dit gezeik. Ik hou van mensen die van iets houden. Die dingen mooi vinden. Niet dat cynisme van jou.
Johan
Ik ben niet cynisch. Jij vindt het gewoon een klotestuk en durft dat niet te zeggen.
Anne
Ik kan het toch gewoon eens een keer ‘wel okay’ vinden!
Johan
Dat vind je niet.
Anne
Ik hou daar van. Van mensen die overal iets moois uit kunnen halen.
Johan
Hou je helemaal niet van.
Anne
Ik wou - Ik hou - Ik wou - Ik hou - Wél! Godverdomme wél! Kun jij oppervlakkig vinden maar daar hou ik van.
Johan
Zo iemand ben jij niet.
Anne
Misschien zou ik zo iemand kunnen worden?
Johan
Moet dat?
Anne
Mag het?
Johan
Ik hou van jou. Niet van wat jij zou wíllen zijn.
Anne
Ik ben een negatief mens?
Johan
Onder andere.
Anne
Chagrijn?
Johan
Vaak.
Anne
Niet geïnteresseerd?
Johan
Niet per definitie.
Anne
En daar hou jij van.
Johan
Ja.


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
login