THEATERTEKSTEN

Auteursbond-theaterteksten
is een project van de
Auteursbond, de
beroepsorganisatie
van (toneel)schrijvers en
vertalers in Nederland.

privacy verklaring

Verlaten
door Rob de Graaf - 0
PDF   AUTEUR
TEKSTEN VAN DEZE AUTEUR

Trefwoorden: leven is 'zich wapenen tegen de wereld', langs elkaar heen, niet met elkaar, teleursellingen, levenskracht
Thema: Levens bewegen langs elkaar heen
Genre: Drama/toneelspel

Synopsis:
Verschillende levens gaan langs elkaar heen en raken elkaar soms.

Samenvatting:
Niet beschikbaar

Fragment:
VROUW
OUDE VROUW
JONGE VROUW
MAN
OUDE MAN
KOOR (= EEN DODE)

[OUDE VROUW]
De straat die ik elke dag zie is alsmaar donkerder geworden
Alsof de takken van de bomen dichter in elkaar gegroeid zijn
Alsof de huizen hoger zijn gebouwd en het asfalt meer licht opzuigt
Ik weet niet wat het is, maar ik weet wel dat we hier vroeger altijd in het zonlicht liepen en dat zon nu een zeldzaamheid is
Vroeger...
De tijd dat je een kind bent, de tijd dat je je hand zonder aarzeling in die van een ander legt, alleen maar omdat die ander groter is dan jij
Ja - nee - ik weet het - daar moet je niet teveel over praten
Ik heb overal pijn, de laatste jaren, maar het is geen pijn die van een ziekte komt
Vermoeidheidspijn, zo moet ik het noemen

[KOOR]
Wie zijn die mensen in het donker
Wie zijn die mensen in het licht?
Ik heb veel door de stad gezworven
En me verwonderd over de stenen en ook over de voorbijgangers
Ik heb iets willen weten over hoe ze aan hun littekens komen, wat de bron is van hun rusteloosheid
Ik heb me voorgesteld dat ik een zintuig heb waarmee ik weten kan wie ze zijn en wat ze denken
Zelf heb ik weinig zwaars meer te dragen
Ik hoor nergens thuis en ik heb geen geheugen
Ik neem alleen maar waar, ik ben dicht bij ze als ze spreken

[MAN]
Er is een tijd geweest dat ik het huis niet meer uit wilde
Die wereld daar, aan de andere kant van het venster
Alles wat daarmee te maken had probeerde ik buiten mijn gedachten te houden
Achter gesloten gordijnen heb ik gewacht
Heb ik het voorbijgaan van de tijd op me in laten werken
Ik wist dat daar, onder de hemel van de stad en in de kamers van vreemde huizen, alles voortdurend veranderde
Hier, binnen, moesten de dingen hetzelfde blijven
Herinneringen zijn broos en alleen al het bewegen van de lucht kan ze laten vervliegen
Mijn haar was dun geworden en over mijn gezicht liepen lijnen die er vroeger nooit waren geweest - dat voelden mijn vingertoppen
Ik wilde het niet weten en daarom had ik ervoor gezorgd dat er hier in huis geen spiegels waren
Misschien veranderde mijn stem ook - ik wist het niet want ik hoefde nooit iets te zeggen
De jongen met de donkere wimpers van de winkel op de hoek wist dat hij alleen mijn geld maar hoefde aan te pakken en te kijken naar wat ik op de kassatafel neergelegd had
Wat wist hij nog meer, die jongen?
Had hij een indruk van mij? Zou hij mij in zijn gedachten een naam of een bijnaam hebben gegeven?
Ik keek naar hem maar hij keek niet terug en daardoor kwam ik er niet achter

[VROUW]
Nooit vragen stellen
Dat heb ik mezelf aangewend
Op vragen komt geen antwoord, je kunt er alleen maar onrustig van worden
Niet vragen maar weten
Alles naar buiten richten
Dat heb ik ook geleerd
Altijd beseffen dat er iemand naar je zou kunnen kijken terwijl je dat zelf niet merkt
Je altijd zo gedragen dat je je dan niet hoeft te schamen omdat het uiterlijk op orde is
Altijd alleen kunnen zijn
Er is wel iemand geweest, in mijn leven
Meer dan één
Sommigen zijn lang gebleven, maanden of zelfs jaren
Maar ik heb steeds geweten dat het niet zou duren
Ze dachten dat ze me hadden
Dat ik een deel geworden was van hun bestaan en dat ze alles wisten
Maar het binnenste van mijn lichaam, daar waar het gevoel zit en de zwakte en de bereidheid om alles weg te geven - dat hebben ze nooit kunnen vinden
Ik heb de weg ernaartoe niet gewezen
Ik heb het voor mezelf gehouden

[Koor]
Ik heb afstand genomen en afscheid
Ik hoef me niet meer te handhaven
Ik zoek geen samenhang, geen oorzaak en gevolg
Ik hoef niet meer iemand te zijn
Zij wel
Ze praten en ze zoeken
Ze hebben het nog niet opgegeven
Wie alles weet is nergens bang voor
En ook wie niets weet kent geen angst
Bang zijn zij die wel iets weten maar die toch het meeste alleen maar kunnen vermoeden
Ze komen elkaar tegen en ze wenden hun gezicht af
Altijd moeten ze voorkomen dat een ander hun zwakte zou herkennen
Ze zijn gewapend met kennis, met ervaring en met oordelen
Dat maakt ze zwaar en traag

[OUDE VROUW]
We zijn hier samen komen wonen, in dit huis, dat was in de tijd van de expansie
Steeds meer wereld was er, steeds meer woorden en gedachten en altijd weer dingen die ook nog zouden kunnen...
Eerst waren we met z'n tweeën, later zijn zij gekomen
Een meisje, een jongen, nog een jongen
Zo ging het, zo moest het gaan, daar was het allemaal voor bedoeld
Ik heb van ze gehouden, ik heb ze gegeven wat ze nodig hadden, al die jaren
Ze hebben alles aangepakt
En toen het hun tijd was zijn ze weggegaan
Hij ook - hij is er niet meer, ik heb hem gedragen toen hij een kilo as was in een stalen emmer
't Is wel overzichtelijk geworden, omdat het nog maar zo weinig is
Zij zijn nog wel ergens, die kinderen - mijn kinderen - ik weet niet waar
Ik weet niet waarom ze hier nooit komen
Misschien omdat ik niets kan vertellen wat zij nog willen weten
Langzaam word ik kleiner
Dat schijnt iets te maken te hebben met kraakbeen dat wegslijt
Ik oefen me iedere dag in het herinneren
Ik wil niet wazig worden

[OUDE MAN]
Waarom willen ze altijd weten waar ik vandaan kom?
Ik ben daar al zo lang weg en zij kennen het niet
Voor hun is dat land niets anders dan een naam en een paar kleurige vooroordelen
Ze weten niets over hoe het daar was
Mijn herinneringen zijn in zwart-wit, zoals een oud filmjournaal
Ik zie de stad, de rivier, de bruggen
De stad paste niet goed bij ons, niet bij onze manier van leven - bij het nieuwe leven, het leven van de vooruitgang waarover we elke dag zoveel te horen kregen
Bijna alles wat je om je heen zag kwam nog uit de tijd van het oude rijk, de tijd van de grote verschillen - maar wij leefden met gelijkheid, met de door elektriciteit en arbeiderskracht aangedreven toekomstgedachte en daar pasten die façades, die pleinen met paleizen en die zorgvuldig opgebouwde panorama's niet goed bij
De kathedraal hadden ze dichtgemetseld - die zou nog eens afgebroken worden, maar niemand wist wanneer
Toen ik een kleine jongen was kwam je nog overal de oude dingen tegen
Ik ben eens in de eetzaal van een groot hotel geweest en daar mocht ik de messen vasthouden - zwaar, glanzend zilver met zwarte vlekken van de verwering
Iemand wees me zonder iets te zeggen op de dubbele adelaar die in de heften was gegraveerd: dit was nationaal bestek, begreep ik meteen, bestek van het land dat niet meer bestond en waarover niet meer werd gesproken

[MAN]
Ik moest ervoor zorgen dat het stil was in huis
Alleen dan zou ik kunnen horen of er ergens iets gezegd werd dat voor mij bedoeld was
Want als er een bericht kwam en ik zou het missen, dan zou alles nog erger worden
Wakker blijven moest ik ook - want de belangrijke dingen komen in de nacht
Ik oefende me in weinig slapen
Zou er ergens iets voor mij geschreven staan?
Met gesloten ogen liet ik mijn handpalmen langs de geverfde muren glijden, op zoek naar oneffenheden die een teken zouden kunnen zijn
Soms vond ik iets - een patroon dat geen toeval kon zijn - en als ik de code had gekend zou ik de boodschap kunnen lezen
Zo was ik en dat deed ik, in die tijd
Het ging niet goed met me
In die kamer waar het gebeurd was kwam ik nooit, daar was geen plaats voor mij
Het was zijn kamer, de kamer van zijn leven... Daar moest alles stil en onaangeraakt blijven
Hij was er niet meer
En toch kon ik niet ophouden met tegen hem te praten
Eindelijk was hij precies zoals ik hem altijd had willen hebben



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
login