THEATERTEKSTEN

Auteursbond-theaterteksten
is een project van de
Auteursbond, de
beroepsorganisatie
van (toneel)schrijvers en
vertalers in Nederland.

privacy verklaring

Pappa komt thuis
door René Retèl - 2008
PDF   AUTEUR
TEKSTEN VAN DEZE AUTEUR

Trefwoorden: Coming of age, familiedrama, overspel, bedrog, geloof in .., alcoholisme, bemoeizucht.
Thema: Vaderliefde
Genre: Drama/toneelspel, Tragikomedie

Beschrijving:
PAPPA KOMT THUIS (synopsis)
 
Een jaar geleden heeft Gijs, de vader van Dennis, in dronkenschap een vrouw dood gereden. Daarvoor zit hij in de gevangenis.
Vandaag  is het een bijzondere dag. Dennis’ vader komt uit de gevangenis. Althans dat denkt Dennis.  En hoewel zijn ouders gescheiden zijn en zijn vader allang niet meer thuis woont, weet hij zeker dat hij komt. Zijn moeder, Maaike, en zijn zus geloven er niets van, maar ook opa en oma, de eerste vrouw van zijn vader en zijn huidige vriendin zijn ervan overtuigd dat hij komt. Ze komen allemaal langs om hem op te wachten en er voor te zorgen dat Gijs z’n  leven weer in goede banen geleid wordt.
Als Gijs inderdaad langskomt om wat kleren op te halen hebben vader en zoon een gesprek waarbij Gijs aan Dennis vraagt bij hem te komen wonen. Dennis wil dit heel graag, maar het plan stuit op verzet van z’n moeder. Als Gijs meteen weer begint met drinken, is voor Maaike de maat vol. Ze wil hem de deur uit hebben en onder invloed van de drank laat Gijs zich van zijn aller slechtste kant zien. Hij schopt verbaal om zich heen en maakt ook het laatste restje bewondering van Dennis voor zijn vader stuk. Dennis gaat niet met zijn vader mee. Hij moet nu leren omgaan met het idee, dat hij niet veel heeft aan zijn vader
René Retèl schreef dit stuk, voor een groot deel zich baserend is op zijn eigen jeugd.

Fragment:
scène 1            Dennis, Maaike, Louise
 
(We zien een grote woonkeuken, met achterop een aanrecht met gootsteen. Rechts is het kookgedeelte plus wat afzetruimte, waar ook een aantal apparaten staan zoals de citruspers, broodrooster, tostiapparaat enz. Rechts vooraan staat de ijskast. Links voor staat de keuken/eettafel met stoelen. Links achter is een doorgang naar links naar de rest van het huis, (de gang). Midden achter boven het aanrecht is een raam of ramen. Rechts achter, in de hoek, naar achter gericht, is de keukendeur (naar buiten). Helemaal rechts voorop, nog voor de ijskast is de kelderdeur.
Het is ochtend en nog schemerig. We zien links in de gang het licht aan gaan. Dennis komt in T-shirt en boxershort van links de keuken binnen. Hij loopt regelrecht naar de ijskast. Het enige licht is het licht in de gang en het licht van de ijskast. Hij haalt yoghurt uit de ijskast en pakt cruesli uit de kast en een grote kom. Hij gaat aan tafel zitten, doet een beetje yoghurt in de kom en een hele berg cruesli. Hij begint te eten. Bedenkt dan nog iets en gaat weer naar de ijskast en haalt daar een grote fles cola uit, pakt een glas en gaat weer zitten. Maaike komt op)
 
MAAIKE          
Jezus, wat zit jij hier in het donker. (ze loopt door naar de citruspers en begint haar ontbijt te maken, doet licht aan waar ze staat)
DENNIS          
Dennis
MAAIKE          
Wat?
DENNIS          
Ik heet Dennis, geen Jezus.
MAAIKE          
Grappig. Moet je niet naar school?
DENNIS          
Nee, vanmiddag pas.
MAAIKE          
Maar je hebt ’s morgens toch ook les vandaag?
DENNIS          
Ja, maar daar ga ik niet naar toe.
MAAIKE          
Niet naar toe?
DENNIS          
Nee, daar leer je niks.
MAAIKE          
Wat is dat nou voor onzin.
DENNIS          
Mam, dat mens geeft les in dingen die niemand meer zo doet. Vijftig verschillende manieren om een servet te vouwen. Daar zit echt niemand op te wachten. Op m’n werk zeggen ze dat ook.
MAAIKE          
Maar die paar lessen die je hebt, daar moet je toch naar toe Dennis?
DENNIS          
Niet allemaal.
MAAIKE          
Maar je wil toch wel je diploma halen.
DENNIS          
Weet ik niet.
MAAIKE          
Dennis, ik wil dat je je school afmaakt.
DENNIS          
Maar ik leer daar niks. Op m’n werk leer ik veel meer. Dingen waar je echt iets aan hebt.
MAAIKE          
En je diploma dan?
DENNIS          
Dat is helemaal niet belangrijk zeggen ze. Waar je gewerkt hebt is veel belangrijker.
MAAIKE          
Ze, wie zijn ze?
DENNIS          
Op m’n werk. Bij IKEA
MAAIKE          
Bij IKEA.
DENNIS          
Mam, die kok die daar werkt weet het heus wel. Die heeft overal gewerkt, ook in hele dure hotels in het buitenland.
MAAIKE          
Ja, maar nu staat ie in de keuken bij IKEA. Het laatste woord is hier nog niet over gesproken. En vanmiddag ga je gewoon naar school.
DENNIS          
Ja mam.
MAAIKE          
Als je vanmiddag pas naar school gaat, waarom ben je dan zo vroeg op.
DENNIS          
Ik kon niet meer slapen
MAAIKE          
Zat je vanmorgen ook al achter de computer?
DENNIS          
Nee.
MAAIKE          
Waarom staat ie dan aan?
DENNIS          
Weet ik niet.
MAAIKE          
Waarom zetten jullie dat ding nooit uit?
DENNIS          
Jullie?
MAAIKE          
Ja, jij en Louise. Dat ding staat dag en nacht aan. Weet je wat dat kost.
DENNIS          
Nee, wat dan?
MAAIKE          
Ja, dat weet ik ook niet, maar het kost geld. Dat ding gebruikt stroom dat snap je toch wel.
DENNIS          
Ja.
MAAIKE          
En zo’n ding slijt toch ook. Hij staat maar te knetteren en dat ventilatortje draait maar. Dat gaat toch op een gegeven moment stuk.
DENNIS          
Sorry.
MAAIKE          
Aan sorry heb ik niks, Dennis. Sorry is zo makkelijk. Je moet het gewoon ’s doen. Denk er nou ’s aan.
DENNIS          
Ja.
MAAIKE          
Nee, niet ja zeggen, ja doen! Waarom kon je trouwens niet slapen? Wil je jus?
DENNIS          
Ja hoor.
MAAIKE          
Ja, lekker mamma, graag mamma, “ja hoor”.
DENNIS          
Pappa komt vandaag vrij.
MAAIKE          
Wat zeg je?
DENNIS          
Je verstaat me toch wel? Ben je doof?
MAAIKE          
Zei je nou: Pappa komt vandaag vrij?
DENNIS          
Ja.
MAAIKE          
Hoe weet je dat?
DENNIS          
Heb ik uitgerekend.
MAAIKE          
Hoe dan?
DENNIS          
Gewoon.
MAAIKE          
Gewoon.
DENNIS          
Ja, gewoon.
MAAIKE          
Maar hoe dan?
DENNIS          
Nou gewoon: hij had 14 maanden, daar gingen 60 dagen voor goed gedrag af en dat is vandaag.
MAAIKE          
Heb je dat nagevraagd?
DENNIS          
Nee, jij?
MAAIKE          
Ik?
DENNIS          
Ja, jij. Het is toch jouw man.
MAAIKE          
Ex! Ex-man! (Dennis zegt niks, Maaike kijkt om, gaat naar hem toe met jus) Sorry. Hier is je jus. Wat drink jij nou? Cola bij het ontbijt? (stilte) Had ik het moeten navragen? (stilte) Mm? (stilte)
 
(Louise komt de keuken in, loopt door naar de citruspers en neemt het andere glas jus, loopt terug naar de tafel en gaat zitten. Kijkt naar Maaike en Dennis)
 
LOUISE           
Wat is er met jullie?
MAAIKE          
Dennis denkt dat pappa vandaag vrij komt.
LOUISE           
O.
DENNIS          
Dat denk ik niet, dat weet ik zeker. Ik heb het uitgerekend, dat zeg ik toch.
LOUISE           
Lekker belangrijk.
MAAIKE          
Niet doen Lou.
LOUISE           
Wat niet doen?
MAAIKE          
Voor Dennis is het wel belangrijk. Het is zijn vader.
LOUISE           
De mijne niet dan?
MAAIKE          
Voor jongens ligt dat toch anders.
LOUISE           
Wat een gezeik.
MAAIKE          
Nou, dan ligt het voor Dennis anders. Lou, doe verdomme niet zo bot. Zit je nou mijn jus op te drinken?
LOUISE           
Wie is hier nou bot? Hij is toch weggegaan? Hij trekt zich toch geen moer van ons aan. Ik hoef die lul niet meer te zien.
DENNIS          
Hij komt hier naartoe.
LOUISE           
Dan ben ik weg.
MAAIKE           Wat zeg je nou?
DENNIS          
Je hoort me toch wel?
MAAIKE          
Ja, maar hoe weet je dat nou. Heeft ie je gebeld?
LOUISE           
Hij bellen? Hij belt toch nooit. Ik heb in dat hele jaar één lullig ansichtkaartje gehad: “Groetjes van Pappie” . Bellen, dat durft ie niet eens.
DENNIS(plotseling fel)
Hou je kop! Hij komt hier naar toe. Dat weet ik zeker.
MAAIKE          
Maar, schat, hoe weet je dat nou. Je weet niet eens óf ie vandaag wel echt vrij komt. Hoe weet je dan zo zeker dat ie hierheen komt.
DENNIS          
Waar moet ie anders naar toe?
MAAIKE          
Nou, naar Ingrid, zijn nieuwe vriendin, bijvoorbeeld. Of naar opa en oma, daar slaapt ie soms ook nog wel eens. Of misschien heeft ie wel een eigen huis geregeld.
DENNIS          
Dit is toch zijn huis.
MAAIKE          
Hij woont hier toch al meer dan een jaar niet meer.
LOUISE           
Nee, hij woonde in de penitentiaire inrichting.
MAAIKE          
Daarvoor, ik bedoel natuurlijk daarvoor. Hij woonde al meer dan een jaar niet meer hier toen het gebeurde.
LOUISE           
“Toen hét gebeurde”
MAAIKE          
Wat moet ik dan zeggen? Voor het ongeluk?
LOUISE           
Toen ie met z’n zatte harses die vrouw van d’r fiets reed, bedoel je.
MAAIKE          
Lou, stoppen nu! Ik vind dit niet leuk.
LOUISE           
Voor die vrouw was het ook niet leuk.
MAAIKE          
Lou!


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
login